← Week 48

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 28 november 2025

Conclusie A-G: ernstig persoonlijk verwijt indirect bestuurder bij afwikkeling vennootschap, Ontvanger/Roelofsen

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een bank sprak de indirect bestuurder van een beleggingsvennootschap persoonlijk aan wegens een onbetaald krediet. Het hof nam een ernstig persoonlijk verwijt aan omdat de bank als enige resterende schuldeiser niet tijdig werd geïnformeerd en betrokken bij de afwikkeling, terwijl de bestuurder een eigen belang had. De A-G concludeert dat de cassatieklachten falen. Volgens hem is de norm van Ontvanger/Roelofsen niet uitputtend en kan het hof die concretiseren of variëren, mits concreet gemotiveerd.

Kernoverwegingen

“Ik keer terug naar de beide gevalstypen en de daarbij behorende vuistregelnormen. Uit het aangehaalde Ontvanger/ Roelofsen-arrest volgt dat bij beide gevalstypen voorzienbaarheid of wetenschap van benadeling een rol speelt. Zo vormt onderdeel van de beoordelingsmaatstaf voor geval (i) of de bestuurder wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou kunnen bieden. Ook bij de uitwerking die uw Raad geeft aan geval (ii) moet mede worden beoordeeld of de bestuurder wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Het niet-limitatieve karakter van de vuistregelnorm brengt ook mee dat naar gelang de bijzonderheden van een individueel geval de rechter aanleiding zal kunnen zien om te variëren wat betreft het vereiste van voorzienbaarheid of wetenschap van benadeling. Met instemming citeer ik Assink: ‘[I]k [acht] het goed voorstelbaar dat de rechter onder omstandigheden – en mits afdoende gemotiveerd, met inachtneming van de vastgestelde feiten en art. 24-25 Rv – mag variëren in de voor aansprakelijkheid vereiste mate van voorzienbaarheid van schade. Bijvoorbeeld het aanscherpen van (i) voorzienbaarheid van daadwerkelijke schade van de crediteur als gevolg van de handelwijze van de bestuurder naar (ii) voorzienbaarheid die neerkomt op het ernstig rekening moeten houden […]”

r.o. 3.6

“Blijft de rechter binnen de bandbreedte van de vuistregelnorm, dan zal de motivering van zijn oordeel zich in het algemeen tot feitelijke kwesties kunnen beperken. Dus: op welke feitelijke gronden oordeelt de rechter dat al dan niet is voldaan aan de eisen die de vuistregelnorm voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder stelt. Treedt de rechter echter in enig opzicht buiten die bandbreedte – door de aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van andere omstandigheden te aanvaarden, dan wel door op de vuistregelnorm te variëren wat betreft de vereiste mate van voorzienbaarheid van schade – dan vergt het gemengde oordeel dat de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft, een nadere motivering aan de hand van concrete feiten en omstandigheden die dat oordeel kunnen rechtvaardigen en ook in het licht van het partijdebat voldoende begrijpelijk maken.”

r.o. 3.8

“Daarmee is duidelijk hoe het hof de maatstaf van een ernstig persoonlijk verwijt in deze zaak heeft ingevuld en mijns inziens ook dat het hof die maatstaf in zijn beoordeling consequent heeft toegepast. Ook heeft het hof het gemengde oordeel dat de bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt treft, aan de hand van concrete feiten en omstandigheden gemotiveerd (hiervoor ‎3.16 en ‎3.17). Mijns inziens kunnen die feiten en omstandigheden ook inderdaad het oordeel rechtvaardigen dat [eiser 2] als indirect bestuurder de Bank vóór het sluiten van de schikkingsovereenkomst met Alstonville diende te informeren over de situatie binnen de FPA-structuur en zijn persoonlijke belang bij de afwikkeling daarvan. (Of dat oordeel ook in het licht van het partijdebat begrijpelijk is, komt hierna naar aanleiding van de klachten uiteraard nog aan de orde.) Bij die stand van zaken is mijns inziens niet werkelijk van belang dat het hof niet geheel consequent lijkt te zijn in de duiding van zijn oordeel binnen de leer van Ontvanger/‌ Roelofsen (hiervoor ‎3.14-‎3.15). Het hof heeft in het bestreden arrest de norm van een ernstig persoonlijk verwijt in verband met de omstandigheden van het geval nader geconcretiseerd en heeft ook daadwerkelijk aan die aldus geconcretiseerde norm getoetst.”

r.o. 3.19

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:1304
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
28 november 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 2:129 BW, 2:239 BW, 2:8 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Overig Boek 2
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 48 van 2025

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.