← Week 15

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 11 april 2025

Gezag van gewijsde van onmiddellijke voorziening OK (dwangsommen) in executiegeschil

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een executiegeschil na een enquêteprocedure vraagt de vennootschap of een beschikking van de OK, waarin bij wijze van onmiddellijke voorziening is overwogen dat dwangsommen zijn verbeurd, gezag van gewijsde heeft. De A-G concludeert dat dit niet het geval is. Beslissingen over onmiddellijke voorzieningen op grond van artikel 2:349a BW zijn naar hun aard voorlopig, en de OK gaf als dwangsomrechter slechts een aannemelijkheidsoordeel. De executierechter kan daarom zelfstandig en definitief beoordelen of dwangsommen zijn verbeurd. De A-G concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Tegen de achtergrond van het voorgaande valt, uitgaande van een onmiddellijke voorziening getroffen in de eerste procedure van een enquête, zoals aan de orde in de beschikking (zie onder 3.26 sub b en 3.27 hierna), aan te nemen dat beslissingen van de OK inzake zo’n onmiddellijke voorziening in algemene zin buiten het bereik van art. 236 Rv vallen.”

r.o. 3.22

“De onder 3.26 sub b hiervoor bedoelde uitleg door het hof van de beschikking is niet onbegrijpelijk. Het staat immers buiten kijf dat de OK in de beschikking op de voet van art. 2:349a (lid 2) BW bij wijze van onmiddellijke voorziening een en ander heeft bepaald in aanvulling op de beschikking van 18 maart 2020, waarover nader onder 1.12 hiervoor. En dat hieraan ten grondslag ligt de beoordeling door de OK (i) van de verzoeken van Dekker/ [eiseres] , die staan in de sleutel van aanscherping van de beschikking van 18 maart 2020 (over de band van art. 2:349a lid 2 BW), en van hetgeen [verweerder] daar tegenover heeft gesteld (zie mede rov. 1.6, 1.8, 3.1-3.22 van de beschikking). Alsmede (ii) van het zelfstandige tegenverzoek van [verweerder] strekkende tot het alsnog onder door de OK te stellen strikte voorwaarden toelaten van [de B.V.] tot het doen van een bieding in het kader van de voorgenomen verkoop (ook over de band van art. 2:349a lid 2 BW), en van het daartegen door Dekker/ [eiseres] gevoerde verweer (zie mede rov. 1.8, 3.23-3.24 van de beschikking). Aldus staat de beschikking integraal in de sleutel van art. 2:349a lid 2 BW, wat het hof onderkent in de onder 3.26 sub b hiervoor bedoelde toelichting.”

r.o. 3.27

“De onder 3.26 sub c hiervoor bedoelde uitleg door het hof van de beschikking is evenmin onbegrijpelijk. De beschikking laat geen twijfel dat de OK zich daarin mede gesteld zag voor de vraag of de aanvullende verzoeken van Dekker/ [eiseres] (als bedoeld in rov. 1.6 en 3.1 van de beschikking), gezien ook de reactie daarop zijdens [verweerder] (als mede bedoeld in rov. 3.2 van de beschikking), toegewezen konden worden. En daarmee voor de vraag of aanleiding bestond tot verduidelijking van het dictum van de beschikking van 18 maart 2020 en versterking van de verboden door lijfsdwang dan wel verhoging van de in de beschikking van 18 maart 2020 opgelegde dwangsommen (rov. 3.3 van de beschikking). De beschikking laat evenmin twijfel dat volgens de OK: - voor laatstgenoemde vraag van belang was “vast te stellen of de thans geldende verboden onvoldoende effect sorteren” (rov. 3.3); - dit laatste “klaarblijkelijk het geval is” indien “aannemelijk is” dat sinds de beschikking van 18 maart 2020 “is gehandeld in strijd met het bepaalde onder a tot en met d” in die beschikking, “zodat dwangsommen zijn verbeurd” (rov. 3.3); - daartoe “een aantal handelingen van of namens [verweerder] ” diende te worden beoordeeld, met onder meer de aantekening dat “gelet op de aard van de verzoeken er thans geen aanleiding [bestaat] om ten aanzien van alle door Dekker als een overtreding aangemerkte handelingen te beoordelen of daardoor dwangsommen zijn verbeurd” (rov. 3.3). Daarop liet de OK nog volgen, […]”

r.o. 3.28

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2025:436
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
11 april 2025
Datum publicatie
17 april 2025
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:349a BW, 2:345 BW, 2:355 BW, 2:356 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 15 van 2025

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.