← Week 18

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 1 mei 2026

Vernietigbaarheid intrekking proflicentie door KNVB-organen; marginale toetsing artikel 2:15 en 2:8 BW

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een voetbalbond (vereniging) trok de proflicentie van een club in; het hof schorste die besluiten in kort geding op grond van artikel 2:15 BW in verbinding met artikel 2:8 BW. De A-G concludeert dat de cassatieklachten falen. Er bestaat geen algemene regel dat verenigingsorganen een ruime beleidsruimte hebben; de mate van terughoudende toetsing hangt af van de omstandigheden, en het hof is binnen de marginale toetsing gebleven.

Kernoverwegingen

“Aangenomen wordt - het vindt bevestiging in Hoge Raad-rechtspraak - dat de rechter in uitgangspunt terughoudendheid past bij de beoordeling of een orgaan van een rechtspersoon bij het nemen van een besluit alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen en daarbij de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Met Van Schilfgaarde kan worden gezegd dat dit “niet speciaal [is] toegesneden op” de toepassing van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW (in verbinding met art. 2:8 lid 1 BW), want bijvoorbeeld ook relevant lijkt voor het enquêterecht, en dat de mate van de in deze context door de rechter in acht te nemen terughoudendheid “afhankelijk [is] van de omstandigheden van het geval (en uiteraard het te dier zake door partijen aangevoerde).” Dat in die door de rechter te betrachten terughoudendheid het concept van marginale toetsing doorklinkt, lijdt intussen geen twijfel.”

r.o. 4.8.4

“Nog iets over art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW. De daarin vervatte maatstaf (“strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 8 worden geëist”) bestrijkt toetsing aan naleving van de in art. 2:8 lid 1 BW neergelegde gedragsnorm en is niet dezelfde als die van art. 2:8 lid 2 BW, welke bepaling een eigenstandig criterium bevat (“naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar”) dat strenger is dan die maatstaf. De voornoemde terughoudendheid die in uitgangspunt van de rechter wordt gevraagd, zoals bij de beoordeling of die gedragsnorm in het voorliggende geval is nageleefd bij het afwegen door (het desbetreffende orgaan van) de rechtspersoon van de in aanmerking komende belangen, is van een andere orde dan de terughoudendheid die in het algemeen is vereist bij de toepassing van art. 2:8 lid 2 BW als zodanig en maakt niet dat langs die weg de drempel van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW over de hele linie wordt opgetrokken tot een niveau vergelijkbaar met dat strengere criterium van art. 2:8 lid 2 BW.”

r.o. 4.8.5

“Een succesvol beroep op art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW in verbinding met art. 2:8 lid 1 BW vergt dat de vastgestelde omstandigheden van dien aard zijn dat, ook bij een terughoudende rechterlijke toetsing, vernietiging van het desbetreffende besluit op die grond aangewezen is. Ik betrek daarbij art. 3:12 BW in verbinding met art. 3:15 BW, waaruit volgt dat bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eist, ook die als bedoeld in art. 2:8 BW, mede rekening “moet” worden gehouden - juist ook door de rechter, en gezien het partijdebat - met persoonlijke belangen die in de desbetreffende zaak betrokken zijn. Vordert bijvoorbeeld een lid van een vereniging op inhoudelijke gronden vernietiging op de voet van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder b BW van een besluit van een orgaan van de vereniging, dan resulteren enerzijds de te betrachten terughoudendheid door de rechter en anderzijds de verplichting van (dat orgaan van) de vereniging alle betrokken belangen af te wegen naar redelijkheid en billijkheid en met voldoende zorgvuldigheid erin, dat voor de rechter van groot belang zal zijn of in de gegeven omstandigheden dat besluit kenbaar de gerechtvaardigde belangen van dat lid schade toebrengt die onnodig, onevenredig of anderszins kennelijk onredelijk jegens dat lid is.”

r.o. 4.8.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:448
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
1 mei 2026
Datum publicatie
1 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:15 BW, 2:8 BW, 3:12 BW, 3:15 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 18 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.