Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 4 september 2026
Beperkende werking redelijkheid en billijkheid bij splitsingsverbod in koopovereenkomst met woonvereniging
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
De zaak gaat over een splitsingsverbod in een koopovereenkomst van een gebouw dat is verkocht aan een woonvereniging. Het hof achtte het beroep op dat verbod onaanvaardbaar op grond van artikel 6:248 lid 2 BW. De A-G concludeert tot vernietiging, omdat het hof de vereiste terughoudendheid onvoldoende heeft toegepast. Boek 2 speelt slechts zijdelings een rol: artikel 2:18 BW komt voor in een cassatieklacht over de omzetting van een vereniging in een vereniging van eigenaren, die de A-G niet behandelt.
Kernoverweging
“Het hof volgt [de Woonvereniging] niet in het betoog dat [eisers] onvoldoende belang hebben bij hun vordering. [Eisers] vorderen dat [de Woonvereniging] zich houdt aan de in artikel 21 van de koopovereenkomst vastgelegde afspraak, dat [de Woonvereniging] het gebouw niet splitst in appartementsrechten. Uit het voorgaande volgt dat partijen die afspraak uitdrukkelijk hebben gemaakt. Duidelijk is ook dat [de Woonvereniging] zich niet gebonden weet aan die afspraak, zodat [eisers] reden hebben om te vrezen dat [de Woonvereniging] het gebouw toch zal gaan splitsen in appartementsrechten. De vordering is erop gericht om dat te voorkomen. Daarmee is het belang van [eisers] bij hun vordering gegeven.”
r.o. 4.23