Rechtbank Amsterdam · 6 februari 2026
VvE-besluiten: nietigheid en vernietiging; weigering te besluiten is geen besluit
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Twee appartementseigenaren verzoeken de kantonrechter besluiten van hun VvE nietig te verklaren of te vernietigen en het bestuur op te dragen handhavend op te treden. De kantonrechter wijst alles af: nietigheid is niet gemotiveerd en een weigering om te agenderen of een sleutel te geven is geen besluit in de zin van artikel 2:15 BW. Artikel 5:121 BW is niet bedoeld voor interne besluitvorming van de VvE. De overige besluiten konden in redelijkheid worden genomen (artikel 2:8 BW).
Kernoverwegingen
“Verzoekers hebben onder andere verzocht dat de besluiten die tijdens de vergadering van 30 juni 2025 zijn genomen, nietig worden verklaard. Op grond van de artikelen 2:14 lid 1 en 5:129 BW is een besluit nietig wegens strijd met de wet of de akte van splitsing. Verzoekers hebben echter nagelaten in hun verzoekschrift per besluit te concretiseren welk wetsartikel dan wel welk artikel uit de splitsingsakte door het genomen besluit zou zijn geschonden. Verzoekers hebben enkel gesteld dat de besluiten in redelijkheid niet genomen hadden kunnen worden. Dit betreft een beroep op artikel 2:15 lid 2 onder b BW dat ziet op de vernietiging van besluiten en niet op de nietigheid. Gelet hierop zal de kantonrechter de verzoeken voor zover die betrekking hebben op de nietigheid van de besluiten afwijzen.
De zolderruimte (verzoek onder I)”
r.o. 4.3
“Met betrekking tot de zolderruimte ligt de vraag voor of het besluit van de vergadering van 30 juni 2025 kan worden vernietigd. Op grond van de artikelen 2:15 en 5:130 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met i) wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, ii) de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of iii) een reglement. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat dit artikel is geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil (artikel 3:33 BW).”
r.o. 4.5
“Daarvan is in deze zaak echter geen sprake. De beslissing van de VvE om de stemming over het gebruik van de gemeenschappelijke zolder niet op de agenda te plaatsen behelst immers niets meer dan een weigering om tot een rechtshandeling over te gaan. Deze beslissing staat er niet aan in de weg dat de VvE een nieuw (ander) besluit neemt of dat vervangende machtiging wordt gegeven (zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1126). Dit betekent dat de hiervoor genoemde beslissing van de VvE geen besluit is in de zin van artikel 2:15 BW. Het verzoek tot vernietiging van dit ‘besluit’ zal dan ook worden afgewezen.”
r.o. 4.6