Rechtbank Amsterdam · 14 januari 2026
Kort geding over toegangsverbod tempelstichting; stichting is geen kerkgenootschap
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Twee gelovigen vorderen in kort geding toegang tot een Hindoetempel nadat de stichting die de tempel beheert hun een toegangsverbod had opgelegd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de stichting geen kerkgenootschap is in de zin van artikel 2:2 BW en dat het verbod zonder zwaarwegende reden onrechtmatig is. De stichting en de bestuurder-priester moeten de verboden intrekken en de gelovigen toelaten.
Kernoverweging
“De stichting wordt geheel en uitsluitend door het burgerlijk recht en haar eigen statuten beheerst. Zij is geen kerkgenootschap in de zin van artikel 2:2 BW. Uitgangspunt is dat de Stichting – als eigenaar van de tempel – bepaalt wie er in de tempel mag komen en wie niet. Het staat haar in beginsel dan ook vrij om een toegangsverbod op te leggen. Deze uitoefening van het eigendomsrecht is niet zonder grenzen: het mag niet in strijd zijn met rechten van anderen, met wettelijke voorschriften en/of met regels van ongeschreven recht (artikel 5:1 lid 2 BW). De vraag die in dit kort geding voorligt is of de opgelegde toegangsverboden in strijd zijn met de rechten van [eiser 1] en [eiser 2] , dan wel met een (ongeschreven) rechtsregel.”
r.o. 4.5