Rechtbank Amsterdam · 19 februari 2026
Nietig VvE-besluit tot toestemming dakterras; benoeming kascommissielid niet vernietigd
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Appartementseigenaren vorderen nietigheid of vernietiging van twee besluiten van een vereniging van eigenaars: toestemming voor een dakterras op het gemeenschappelijke dak en de benoeming van een kascommissielid. De kantonrechter oordeelt dat de toestemming een beschikkingshandeling is die niet bij vergaderbesluit kan worden genomen, zodat het besluit nietig is (artikel 2:14 BW via artikel 5:124 BW). De benoeming van het kascommissielid blijft in stand, omdat strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikelen 2:15 en 2:8 BW) niet is onderbouwd.
Kernoverwegingen
“Uit artikel 5:124 BW volgt dat op besluiten van de VvE de artikelen 2:14 en 2:15 BW van toepassing zijn. Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit van de vergadering van eigenaars nietig als het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 5:129 BW wordt de akte van splitsing met het daarvan deel uitmakende splitsingsreglement gelijkgesteld met de statuten.”
r.o. 4.10
“Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, voor zover relevant, vernietigbaar wegens (a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, (b) strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of (c) strijd met een reglement.
Toestemming aanleggen dakterras”
r.o. 4.11
“Een wijziging van de splitsingsakte c.s. de wijzigingsakte is niet mogelijk door middel van een besluit van de vergadering van de VvE. Het aan een van de appartementseigenaars in gebruik afstaan van het gemeenschappelijke dak voor het realiseren van een dakterras is een daad van beschikking waarvoor levering vereist is, terwijl de vergadering van eigenaars slechts bevoegd is tot vertegenwoordiging van de gezamenlijke appartementseigenaars voor zover het gaat om het beheer van de gemeenschap (artikel 5:126 lid 1 en 5 BW). Daarom moet worden aangenomen dat een wijziging van de splitsingsakte, die inhoudt dat een gemeenschappelijk gedeelte in een appartementencomplex wordt toebedeeld aan een van de appartementseigenaars, slechts volgens de hoofdregel van artikel 5:139 lid 1 BW kan worden geëffectueerd, dus met medewerking van alle appartementseigenaars, zo nodig onder toepassing van artikel 5:140 BW (HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:286). Vorenstaande leidt er toe dat het onder 7. van de notulen vermelde besluit nietig is. De door [verzoekers] verzochte verklaring voor recht wordt daarom toegewezen en het voorwaardelijke verzoek van [belanghebbenden bedrijven] tot het verlenen van een vervangende machtiging op grond van artikel 5:121 BW wordt afgewezen.
Benoeming [naam 1] als lid kascommissie”
r.o. 4.15