Rechtbank Amsterdam · 6 mei 2026
Indirect bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor niet doorbetaalde loonheffing van failliete salarisadministrateur
- Aansprakelijkheid deels toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een klant vorderde van een salarisadministrateur-vennootschap, haar zustermaatschappij en de indirect bestuurder schadevergoeding omdat ontvangen loonheffingsbedragen niet aan de Belastingdienst waren doorbetaald. De rechtbank wijst misbruik van identiteitsverschil af bij gebrek aan concrete feiten. Wel is de indirect bestuurder persoonlijk aansprakelijk, omdat hij vanaf het moment dat hij van de achterstand wist heeft toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakwam en had moeten begrijpen dat er geen verhaal zou zijn. De schade wordt beperkt tot de bedragen na dat moment.
Kernoverwegingen
“De rechtbank kan niet vaststellen dat [gedaagde 2] misbruik heeft gemaakt van het identiteitsverschil tussen TOSS en DEEFS. Omdat Kramer zich beroept op het rechtsgevolg van het gepretendeerde misbruik, moet zij haar stelling onderbouwen met concrete feiten en omstandigheden. Dat heeft zij onvoldoende gedaan. Gelet op de gemotiveerde betwisting van DEEFS en [gedaagde 2] heeft Kramer niet aannemelijk gemaakt dat DEEFS en [gedaagde 2] de bedoeling hadden om de incasso van de vordering van Kramer onmogelijk te maken door geld van TOSS ‘door te sluizen’ naar DEEFS en het faillissement van TOSS uit te lokken. Daarvoor zijn geen aanwijzingen. Zo blijkt nergens uit dat TOSS (onverplicht) bedragen heeft overgemaakt naar DEEFS. Ook uit de eerste faillissementsverslagen blijkt niet van dergelijke financiële onregelmatigheden. De omstandigheid dat TOSS de loonheffingsbedragen niet één-op-één heeft doorbetaald aan de Belastingdienst maar heeft gebruikt voor andere doeleinden, zoals huurtermijnen, maakt niet dat DEEFS en [gedaagde 2] misbruik hebben gemaakt van het identiteitsverschil tussen TOSS en DEEFS. De vordering van Kramer gebaseerd op misbruik van identiteitsverschil wordt daarom afgewezen.
Wel bestuurdersaansprakelijkheid”
r.o. 4.4
“De rechtbank overweegt dat wanneer een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, uitgangspunt is dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan echter behalve de vennootschap ook een bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn voor de schade. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap gelden hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de rechtspersoon en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.”
r.o. 4.7
“Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap grond kan zijn voor aansprakelijkheid van de (indirect) bestuurder die heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.”
r.o. 4.8