← Week 22

Rechtbank Amsterdam · 13 mei 2026

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor onbetaalde leveranciersfacturen; ernstig verwijt, leverancierskrediet

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een leverancier vordert betaling van onbetaalde facturen van ruim € 29.000 van een startende vennootschap en stelt de bestuurder daarnaast persoonlijk aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt treft, mede gezien artikel 2:9 BW: de vennootschap draaide zonder startkapitaal volledig op leverancierskrediet en biedt na staking geen verhaal. De bestuurder is hoofdelijk met de vennootschap aansprakelijk.

Kernoverwegingen

“Als een vennootschap een verbintenis niet nakomt of een onrechtmatige daad pleegt, is in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk. Onder bijzondere omstandigheden kan ook de bestuurder aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad. Daarvoor is vereist dat de bestuurder tegenover de schuldeiser persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, mede gezien zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening op grond van artikel 2:9 BW. Van een dergelijk verwijt kan in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat door hem de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de daardoor ontstane schade. Als de bestuurder betaling of verhaal frustreert, kan ook dat grond vormen voor persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen. In het geval van ‘frustratie van betaling en verhaal’ zal het ernstig verwijt kunnen worden aangenomen als vast komt te staan dat de bestuurder ten tijde van zijn gedragingen weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap ertoe leidt dat deze haar betalingsverplichting niet zal nakomen en evenmin verhaal zal bieden voor de als gevolg daarvan geleden schade. Van belang daarbij is dat de schadelijke gevolgen van het handelen objectief voorzienbaar zijn voor de bestuurder (zie bv. Hof Den Bosch 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2923).”

r.o. 4.5

“Naar het oordeel van de rechtbank kan [gedaagde 2] als bestuurder van [gedaagde 1] een dergelijk persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. [gedaagde 2] had redelijkerwijs moeten begrijpen dat door zijn toedoen [gedaagde 1] haar verplichtingen tegenover Fuite Poultry niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden. [gedaagde 2] is dan ook op grond van artikel 2:9 BW persoonlijk aansprakelijk voor waartoe [gedaagde 1] wordt veroordeeld (4.1 tot en met 4.3). De rechtbank zal uitleggen waarom aan de hand van wat met name op zitting naar voren is gebracht door [gedaagden]”

r.o. 4.6

“Op het moment dat [gedaagde 2] namens [gedaagde 1] de verplichtingen aanging, was de onderneming volgens zijn eigen verklaring net gestart. De bestellingen die hij plaatste kon hij alleen betalen als de partijen aan wie hij zou verkopen, meteen zouden kunnen betalen. Er was geen startkapitaal. [gedaagde 2] heeft ook verklaard dat de partijen aan wie hij de partijen vlees heeft doorverkocht wel hebben betaald. Dat geld heeft [gedaagde 1] gebruikt voor de inventaris van een bedrijfspand, vriezers, snijmachines en opslagmaterialen, en de huur van een koelwagen. Dit betekent dat [gedaagde 1] volledig draaide op leverancierskrediet, terwijl [gedaagde 2] dit niet met Fuite Poultry had besproken. Volgens zijn eigen verklaring heeft hij juist medegedeeld dat hij Fuite Poultry zou voldoen uit het geld dat hij met de doorverkoop zou ontvangen. Ook volgens de eigen verklaring van [gedaagde 2] zijn de activiteiten onmiddellijk gestaakt nadat Fuite Poultry in de gang van zaken aanleiding zag niet nader te leveren. Dit schetst een beeld van een ondernemer die zonder enig plan en zonder middelen verplichtingen is aangegaan wetende dat er geen geld was om die verplichtingen na te komen. [gedaagde 2] heeft dus ervoor gekozen om het volledige “krediet” aan te wenden voor de bedrijfsvoering van [gedaagde 1] en het vermogen van [gedaagde 1] (weer) naar nihil te brengen, zonder dat duidelijk werd hoe [gedaagde 1] voldoende eigen opbrengsten zou verkrijgen om aan haar betalingsverplichting […]”

r.o. 4.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:5164
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
13 mei 2026
Datum publicatie
28 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 6:162 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 22 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.