Rechtbank Amsterdam · 22 mei 2026
Vernietiging VvE-besluit tijdelijke bestemmingswijziging horeca afgewezen: geen strijd met redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een onder-VvE en een eigenaar vorderden vernietiging van een VvE-besluit dat toestemming gaf voor tijdelijke wijziging van de bestemming van een winkelruimte voor horeca, wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 BW). De kantonrechter verklaart de eigenaar niet-ontvankelijk, omdat het beroep alleen de interne verhoudingen betreft. De vordering van de onder-VvE wordt afgewezen, omdat onaanvaardbare overlast niet is gebleken en een horecaverbod uit de ondersplitsingsakte niet in de splitsingsakte staat.
Kernoverwegingen
“Een besluit van een vereniging van eigenaars is vernietigbaar als het strijdig is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Daarbij moet de kantonrechter toetsen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter.”
r.o. 1.5
“[eiser 2] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek, omdat een beroep op de redelijkheid en billijkheid alleen betrekking heeft op de interne verhoudingen en niet op de externe verhoudingen van de VvE. Een eigenaar van een appartement in de onder-VvE kan dus geen beroep doen op die beginselen als hij het niet eens is met een besluit van de VvE.”
r.o. 1.6
“De gang van zaken verdient in dit geval geen schoonheidsprijs. De eigenaren van de woningen in de onder-VvE hebben medio 2025 op basis van openbare publicaties moeten vernemen dat er door [bedrijf 2] een exploitatievergunning was aangevraagd bij de gemeente. De exploitatie is vervolgens op 1 augustus 2025 gestart, terwijl pas bij besluit van 5 maart 2026 door de vergadering van de VvE toestemming is verleend voor tijdelijke wijziging van de bestemming. Dat maakt echter niet dat het besluit moet worden vernietigd.”
r.o. 1.7