Rechtbank Amsterdam · 3 juni 2026
Bestuurder zorgcentrum niet persoonlijk aansprakelijk voor onregelmatige opzegging overeenkomst door vennootschap
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een zelfstandig behandelcentrum zegde de overeenkomst met een gynaecologenpraktijk per direct op zonder de opzegtermijn in acht te nemen en is schadeplichtig, met verwijzing naar de schadestaatprocedure. De praktijk hield ook de bestuurder van het centrum persoonlijk aansprakelijk uit onrechtmatige daad. De rechtbank wijst dit af: de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid (voldoende ernstig verwijt, mede gezien artikel 2:9 BW) wordt niet gehaald en er is niet gesteld dat het centrum geen verhaal biedt.
Kernoverwegingen
“[eiser] stelt dat [gedaagde 2] als bestuurder van Acibadem persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden, omdat hij heeft gezorgd of toegelaten dat Acibadem haar verplichtingen uit de Acibadem-overeenkomst niet is nagekomen.”
r.o. 4.16
“Als een vennootschap een verbintenis niet nakomt of een onrechtmatige daad pleegt, is in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk. Onder bijzondere omstandigheden kan ook de bestuurder aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap gelden hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaald blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap grond kan zijn voor aansprakelijkheid van de bestuurder die heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap wanprestatie pleegt. Daarvoor is vereist dat de bestuurder tegenover de schuldeiser een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt, mede gezien zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening op grond van artikel 2:9 BW. Van een dergelijk verwijt kan in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat door hem de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de daardoor ontstane schade.”
r.o. 4.17
“De (hoge) drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid wordt niet gehaald, omdat [gedaagde 2] geen voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt van de wanprestatie door Acibadem. Bovendien is niet gesteld (of gebleken) dat Acibadem geen verhaal zal bieden voor de (nader bij staat op te maken) schade. De vordering jegens [gedaagde 2] wordt dan ook afgewezen.
proceskosten in de zaak tussen [eiser] en Acibadem”
r.o. 4.18