Rechtbank Amsterdam · 8 januari 2026
Ontslag van het gehele stichtingsbestuur en benoeming bestuurder door rechtbank (moskeestichting)
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
Samenvatting
Donateurs van een moskeestichting verzochten om ontslag van het hele bestuur. De rechtbank oordeelt dat de donateurs belanghebbenden zijn en dat het bestuur de statutaire bevoegdheden van de donateursvergadering heeft miskend. Ook is de administratie niet in overeenstemming met artikel 2:10 BW en de statuten. De rechtbank ontslaat de bestuurders op grond van artikel 2:298 BW, legt een bestuursverbod van vijf jaar op en benoemt een bestuurder op grond van artikel 2:299 BW.
Kernoverwegingen
“De rechtbank gaat daar niet in mee. Niet in geschil is dat verzoekers alle drie al jaren vaste moskeebezoekers zijn en ook donateur. Ter zitting is wel betwist dat verzoekers meer dan vijf jaar donateur zijn en of zij deel mogen nemen aan de donateursvergadering (zie nummer 2.3). Daarop heeft [verzoeker 2] verklaard sinds 1993 donateur te zijn, [verzoeker 3] sinds 2015 en [verzoeker 1] sinds juli 2020. De bestuurders hebben dit niet nader weersproken, terwijl zij over een donateursregister beschikken dat hier informatie over bevat. Voor zover dat relevant is voor de ontvankelijkheid, staat daarom vast dat de drie verzoekers al meer dan vijf jaar vaste donateur zijn. Zij zijn op die wijze direct betrokken bij de stichting, die financieel in grote mate afhankelijk is van donaties van vaste bezoekers. De stichting heeft bovendien een speciaal orgaan in het leven geroepen (de donateursvergadering) om aan deze vaste donateurs bepaalde bevoegdheden toe te kennen, waaronder de bevoegdheid tot (indirecte) benoeming en ontslag van bestuursleden en een goedkeuringsrecht bij een besluit tot statutenwijziging. Dit onderstreept de belangrijke rol van donateurs binnen de stichting. Verder is de inzet van deze procedure mede dat het bestuur de bevoegdheden van de donateursvergadering schendt. Dit alles maakt dat verzoekers zijn aan te merken als belanghebbenden in deze procedure.”
r.o. 4.4
“Naar het oordeel van de rechtbank neemt dit niet weg dat de bestuurders, in ieder geval zodra zij weer voltallig aanwezig waren en zich op de donateursvergadering konden verantwoorden (zie artikel 4 lid 6 van de statuten), gehouden waren een donateursvergadering bijeen te roepen. Dat is niet gebeurd. Integendeel, de bestuurders hebben zelfs aan de donateurs gecommuniceerd dat zij zich niet mogen verenigen. Zij is met dat handelen rechtstreeks ingegaan tegen de statutaire bevoegdheden van de donateursvergadering en heeft daarmee het evenwicht tussen (de bevoegdheden van de) organen van de stichting ernstig verstoord, te meer nu besluitvorming over haar eigen positie voorlag. Het is verder niet aan haar maar aan de donateursvergadering om te beoordelen of er oneigenlijke redenen ten grondslag lagen aan de agendering van het ontslag van de voorzitter van het bestuur.”
r.o. 4.10
“De conclusie is dat de bestuurders in strijd hebben gehandeld met de statuten als het gaat om de plicht om jaarverslagen, jaarrekeningen en begrotingen op te maken. Zij hebben ook niet voldaan aan de op hen rustende wettelijke administratieverplichting van 2:10 BW. Zo ontbreekt in de administratie onder meer een balans en is de gevoerde administratie, voor zover de rechtbank is gebleken, niet zodanig dat daaruit de rechten en verplichtingen van de stichting blijken. Uit de verstrekte administratie komt bovendien een beeld naar voren waarbij in ieder geval de contante uitgaven niet goed zijn geadministreerd. Gelet op het feit dat er vanwege het grote aantal contante donaties veel contante gelden in de stichting omgaan is het, om misbruik te voorkomen, juist van belang dat de administratie op dit punt sluitend is.
Conclusie ontslag bestuurders”
r.o. 4.23