← Week 32

Rechtbank Amsterdam · 28 juli 2026

Vernietiging VvE-besluit verduurzaming: marginale toets aan redelijkheid en billijkheid

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een appartementseigenaar verzocht vernietiging van een besluit van de vereniging van eigenaars over de verduurzaming van het complex, omdat de informatievoorziening onzorgvuldig zou zijn geweest. De kantonrechter toetst marginaal aan de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW (via artikel 5:130 jo 2:15 BW) en oordeelt dat de aangevoerde gronden niet slagen. Het besluit blijft in stand en de verzochte vervangende machtiging wordt ook afgewezen.

Kernoverwegingen

“Een besluit van een orgaan van een vereniging van eigenaars is kort gezegd vernietigbaar als het strijdig is met i) de wettelijke of statutaire bepalingen die de wijze van totstandkoming van besluiten regelen, ii) het reglement, of iii) met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.”

r.o. 4.2

“Volgens [verzoeker] is van een zorgvuldige en transparante informatievoorziening voorafgaand aan het besluit geen sprake geweest. Deze handelswijze is haars inziens in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de VvE jegens haar leden in acht moet nemen. [verzoeker] doet daarmee een beroep op de derde categorie. De kantonrechter moet in dat kader toetsen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter. Voorop staat immers dat besluiten worden genomen door de vergadering van eigenaars en dat een besluit dat door de meerderheid wordt genomen, ook bindend is voor de minderheid. Voor vernietiging van een besluit op deze grond is alleen plaats als de vereniging van eigenaars in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, bijvoorbeeld als de meerderheid haar machtspositie misbruikt of op andere wijze onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van een minderheid.”

r.o. 4.3

“Dat aan deze hoge lat voor een geslaagd beroep op de derde categorie is voldaan, is niet gebleken. [verzoeker] heeft verschillende gronden aangevoerd, maar geen daarvan is toereikend. De kantonrechter volgt [verzoeker] allereerst niet in haar stelling dat de inhoud van de agenda niet overeenstemt met het genomen besluit. De agenda voor de vergadering op 17 februari 2026 is bij e-mail van 30 januari 2026 met de leden van de VvE gedeeld en is gelijk aan het genomen besluit. Voor zover [verzoeker] doelt op de agenda van de vergadering van 18 november 2025 miskent zij dat op die vergadering bewust geen besluit is genomen, vanwege ontstane verwarring over de gepresenteerde scenario's, en dat juist daarom een nieuwe vergadering is uitgeschreven.”

r.o. 4.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7802
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
28 juli 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW, 2:15 BW, 5:130 BW, 5:121 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 32 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.