← Week 24

Rechtbank Den Haag · 20 mei 2026

Opzegging lidmaatschap bewonersvereniging; geen nietigheid of vernietigbaarheid ledenbesluit

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een bewonersvereniging zegt het lidmaatschap van een lid op na jarenlange spanningen en mislukte mediation, waaraan het recht op woonruimte is verbonden. Het lid stelt dat het besluit nietig is op grond van artikel 2:14 BW of vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW. De rechtbank oordeelt na marginale toetsing dat het besluit aan de statutaire vereisten voldoet en de vereniging in redelijkheid tot opzegging kon komen. De vorderingen in reconventie worden afgewezen en de ontruiming wordt toegewezen.

Kernoverwegingen

“Het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van 25 april 2025 is genomen door de algemene ledenvergadering, het bevoegde orgaan van de vereniging. Op 20 maart 2025 is een oproeping voor de algemene ledenvergadering met agenda verzonden. Het voorstel tot opzegging van het lidmaatschap van [gedaagde] is daarop als afzonderlijk agendapunt geagendeerd. In de vergadering is door de leden gestemd en het besluit is schriftelijk vastgelegd. De statuten voorzien expliciet in beëindiging van het lidmaatschap door opzegging door de vereniging op basis van een besluit van de algemene ledenvergadering wanneer redelijkerwijs niet van de vereniging gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren (artikel 6 lid 1 onder c). Van dit laatste is overigens niet gebleken, zo zal hieronder worden geoordeeld. Daarmee is voldaan aan de statutaire besluitvormingsvereisten. Verder is niet gebleken dat het besluit van 9 april 2025 in strijd is met de wet. Van nietigheid van het besluit als bedoeld in artikel 2:14 lid 1 BW is daarom geen sprake. Dit betekent dat het in reconventie primair onder 3.4. I gevorderde zal worden afgewezen.”

r.o. 4.4

“De vereniging komt bij het nemen van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap een vrijheid toe die meebrengt dat een besluit tot opzegging jegens het betrokken lid slechts ontoelaatbaar is indien de vereniging in de gegeven omstandigheden jegens het betrokken lid in redelijkheid niet tot een zodanige maatregel had kunnen komen. De rechter moet terughoudendheid betrachten bij de beoordeling of de algemene ledenvergadering in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.”

r.o. 4.8

“Voor de beoordeling of de vereniging in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen is niet noodzakelijk om per incident vast te stellen wat er feitelijk is gebeurd en wie in de ontstane situatie blaam treft. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt.”

r.o. 4.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:13514
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
20 mei 2026
Datum publicatie
9 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:15 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Aangesproken
["n.v.t."]
Weekoverzicht
Week 24 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.