← Week 25

Rechtbank Den Haag · 3 juni 2026

Aanbesteding: accountantsverklaring met oordeelonthouding is geen goedkeurende verklaring (artikel 2:393 BW)

  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een aanbestedingskort geding is een inschrijver uitgesloten omdat zij een accountantsverklaring met oordeelonthouding overlegde, terwijl een verklaring met goedkeurende strekking was vereist. De voorzieningenrechter wijst daarbij naar artikel 2:393 lid 6 BW: de vier vormen van de accountantsverklaring sluiten elkaar uit, zodat een oordeelonthouding niet gelijkstaat aan een goedkeurende verklaring. Alternatief bewijs wordt niet aanvaard, omdat een gegronde reden ontbreekt. De vorderingen worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“Anders dan Babbage heeft gesteld mocht zij gelet op de wijze waarop de geschiktheidseis is beschreven niet volstaan met het aanleveren een accountantsverklaring zonder goedkeurende strekking, ook al heeft de controlerend accountant verklaard dat er geen reden is voor het opnemen van een continuïteitsparagraaf. Babbage heeft betoogd dat in die stukken nergens is opgenomen dat een accountantsverklaring met goedkeurende strekking moest worden ingediend. Daarmee miskent Babbage dat in paragraaf 3.2. van het Beschrijvend document op ondubbelzinnige wijze is voorgeschreven met welk bewijsmiddel moet worden aangetoond dat aan de geschiktheidseis met betrekking tot financiële en economische draagkracht wordt voldaan, namelijk met een accountantsverklaring met goedkeurende strekking. De Staat heeft er in dit verband op gewezen dat hiermee vanzelfsprekend een goedkeurende verklaring in de zin van artikel 2:393 lid 6 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bedoeld, en de voorzieningenrechter volgt de Staat daarin. In artikel 2:393 lid 6 BW is bepaald dat de accountantsverklaring, waarmee de accountant een verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening geeft (artikel 2:393 lid 5 BW), slechts vier vormen kent: een goedkleurende verklaring (lid 6 sub a), een verklaring met beperking (lid 6 sub b), een afkeurende verklaring (lid 6 sub c) of een verklaring van oordeelonthouding (lid 6 sub d). Aan het betoog van Babbage dat in de aanbestedingsstukken of de wet geen definitie wordt […]”

r.o. 5.3

“Vast staat dat Babbage een accountantsverklaring met oordeelonthouding heeft aangeleverd als bedoeld in artikel 2:393 lid 6 sub d BW. Nu in artikel 2:393 BW is bepaald dat een accountantsverklaring slechts vier vormen kent, kan de door Babbage ingediende accountantsverklaring alleen al daarom niet gelijk worden gesteld met de in artikel 2:393 lid 6 sub a genoemde goedkeurende verklaring. Deze vier verklaringen sluiten elkaar immers uit. Bovendien heeft de Staat terecht uiteengezet dat de accountant door een verklaring met oordeelonthouding af te geven, heeft uitgesproken dat het onmogelijk was om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen, terwijl die informatie van materieel belang en van diepgaande invloed was, zodat daarmee de betrouwbaarheid van de jaarrekening als geheel wordt aangetast.”

r.o. 5.7

“Babbage heeft gesteld dat de Staat de kopie van de accountantsverklaring en de daarop door de accountant gegeven toelichting als alternatief bewijs had moeten accepteren. Volgens Babbage blijkt uit die toelichting dat de oordeelonthouding geen verband houdt met de continuïteit van Babbage en heeft de accountant de goedkeurende strekking van de verklaring in de toelichting beklemtoond. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan dit betoog niet worden gevolgd. Nog daargelaten dat de accountant in de gegeven toelichting (slechts) heeft vermeld dat geen sprake is van een afkeurende controleverklaring, geldt het bepaalde in artikel 2.91 lid 3 Aw 2012, waarop Babbage zich in dit verband beroept, alleen als de inschrijver om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde bewijsstukken over te leggen. Beide partijen hebben op dit punt verwezen naar uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland en van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland- West-Brabant. Anders dan in die uitspraken is in de onderhavige kortgedingprocedure niet aannemelijk geworden dat het voor Babbage in objectieve zin onmogelijk was om een accountantsverklaring met goedkeurende strekking te verkrijgen. Van een gegronde reden is dan ook geen sprake. Daar komt nog bij dat de Staat voldoende heeft onderbouwd dat de door Babbage ingediende accountantsverklaring met oordeelonthouding niet geschikt is om haar financiële en economische draagkracht aan […]”

r.o. 5.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:15683
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
3 juni 2026
Datum publicatie
19 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:393 BW
Thema
Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 25 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.