Rechtbank Den Haag · 10 april 2026
Benoeming bestuurders STAK na ontslag bestuurder; verzoek om aanhouding afgewezen
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Samenvatting
De rechtbank ontslaat de bestuurder van een stichting administratiekantoor en benoemt twee beheerders van aandelen naast de tijdelijk bestuurder tot bestuurders. Het verzoek van enkele belanghebbenden om aan te houden in afwachting van een verzoek bij de OK wijst de rechtbank af, omdat de gezamenlijke verklaring van de bestuurders tegemoetkomt aan de zorg over rust en stabiliteit. De beschikking wordt overeenkomstig artikel 2:302 BW ingeschreven in het handelsregister.
Kernoverwegingen
“De rechtbank komt tot de beslissing luidende dat [naam 3] en [naam 2] , naast [tijdelijk bestuurder] , als bestuurders van de STAK worden benoemd. [naam 1] heeft geen zeggenschap meer over het beleid en de strategie van [bedrijf] , waardoor het voorstel om de governance te vereenvoudigen en in feite het toezicht op het niveau van de STAK (op duurzame wijze) in te kleden, de rechtbank – mede gezien de ervaring die [naam 2] en [naam 3] in “de kwestie [naam 1] ” reeds hebben opgedaan in hun huidige hoedanigheid – logisch en (kosten)efficiënt voorkomt. Bovendien stelt de rechtbank vast dat er geen andere potentiële kandidaat-bestuurders zijn voorgesteld.”
r.o. 2.6
“De rechtbank ziet in het bezwaar van Oranjewoud c.s. onvoldoende reden om deze procedure aan te houden in afwachting van een te voeren procedure bij de Ondernemings-kamer. Daarbij speelt een rol dat Oranjewoud c.s. niet nader hebben toegelicht welk verzoek zij aan de Ondernemingskamer zullen voorleggen. Het is dan ook onduidelijk of er niet een situatie zal ontstaan waarin de Ondernemingskamer in feite een (voorlopig) oordeel zal moeten geven in anticipatie op een oordeel van deze rechtbank. Verder speelt bij de beslissing van de rechtbank om niet aan te houden een rol dat [tijdelijk bestuurder] te kennen heeft gegeven dat de tijdelijke status van zijn bestuurderschap hem hindert in de voortvarende uitoefening van zijn taak omdat derden bij wie hij bijvoorbeeld om informatie over de STAK vraagt terughoudendheid betrachten bij het verlenen van hun medewerking.”
r.o. 2.7
“Meer inhoudelijk hebben Oranjewoud c.s. in de kern enkel het bezwaar geuit dat het risico bestaat dat de aandelen in Oranjewoud c.s. worden verkocht. [naam 3] , [naam 2] en [tijdelijk bestuurder] hebben echter in een gezamenlijke verklaring expliciet te kennen gegeven daartoe niet voornemens te zijn, maar gezien hun rol en de daarbij behorende verplichtingen en verantwoordelijkheden niet te kunnen uitsluiten dat een verkoop van Oranjewoud c.s. ooit aan de orde zou kunnen zijn. De verklaring komt daarmee tegemoet aan, en geeft ook expliciet blijk van de bekendheid met, hetgeen de Ondernemingskamer over de nodige rust en stabiliteit bij Oranjewoud c.s. heeft overwogen. De rechtbank ziet dan ook geen gegrond bezwaar tegen de benoeming van [naam 3] en [naam 2] of een gegronde reden om haar beslissing aan te houden.
De proceskosten”
r.o. 2.8