← Week 32

Rechtbank Den Haag · 29 juli 2026

Tegenstrijdig belang enige commissaris: algemene vergadering beslist over goedkeuring aandelenoverdracht

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In kort geding gaat het om de vraag welk orgaan van een besloten vennootschap beslist over de statutair vereiste goedkeuring van een aandelenoverdracht, nu de enige commissaris een tegenstrijdig belang heeft. De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 2:250 lid 5 BW de algemene vergadering bevoegd is, omdat de statuten niets anders bepalen. De vennootschap moet ervoor zorgen dat de geschorste vergadering binnen 21 dagen wordt hervat.

Kernoverwegingen

“Vervolgens is de vraag welk orgaan bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring, nu commissaris [eiseres] een tegenstrijdig belang heeft. In artikel 2:250 lid 5 BW staat daarover: “Een commissaris neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 2. Wanneer de raad van commissarissen hierdoor geen besluit kan nemen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.” In de statuten is van de vennootschap is niets anders bepaald. Dat betekent dat dat de algemene vergadering in dit geval bevoegd is tot het nemen van het verzochte besluit tot goedkeuring. Dat volgt overigens ook uit het memo van de advocaat van de vennootschap van 18 maart 2026 (productie 4). Tot dezelfde conclusie kwam de advocaat van [eisers] c.s. in zijn memo van 2 juni 2026 (productie 5). De vennootschap heeft dat in deze procedure ook niet betwist. Van die conclusie gaat ook de voorzieningenrechter uit.”

r.o. 4.7

“De vennootschap is als rechtspersoon gehouden om het ertoe te leiden dat de in de statuten bedoelde goedkeuring voor de aandelenverkoop al of niet wordt gegeven. De algemene vergadering is het bevoegde orgaan om te besluiten over de verzochte goedkeuring en dient ervoor te zorgen dat de geagendeerde besluitvorming wordt voortgezet. De vennootschap zelf kan daartoe in rechte worden aangesproken omdat het bevoegde orgaan geen rechtspersoonlijkheid heeft en niet kan worden gedagvaard. Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap (artikel 2:240 BW) en de bestuurder dient daarom de vergadering bijeen te (doen) roepen en te (doen) voortzetten. Hij is daartoe op grond van artikel 2:219 BW ook bevoegd. De oproeping dient te geschieden met inachtneming van de termijn zoals bepaald in de statuten. De vergadering dient uiterlijk binnen 21 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te worden hervat.”

r.o. 4.9

“De vrees van de vennootschap dat een besluit van de algemene vergadering nietig of vernietigbaar zal zijn omdat [eiseres] met F.A.M. Holding B.V. de meeste aandelen houdt en een voor de vennootschap en andere aandeelhouders onwenselijke beslissing kan bewerkstelligen, kan niet tot afwijzing van de vordering leiden. De vermoedelijke uitkomst van de besluitvorming over de goedkeuring moet niet aan de besluitvorming als zodanig in de weg staan.”

r.o. 4.10

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21643
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
4 augustus 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:250 BW, 2:240 BW, 2:219 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 32 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.