Rechtbank Den Haag · 13 mei 2026
Vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor zorgplichtschending vof bij hypotheekfraude
- Aansprakelijkheid deels toegewezen
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een vennootschap onder firma van hypotheekbemiddelaars diende via een tussenpersoon hypotheekaanvragen in die op vervalste inkomensstukken waren gebaseerd. De rechtbank oordeelt dat de vof haar zorgplicht jegens de kredietnemers heeft geschonden en dat haar vennoten daarvoor op grond van artikel 18 WvK hoofdelijk aansprakelijk zijn. Jegens de kredietverstrekkers heeft de vof niet onrechtmatig gehandeld, omdat zij een eigen zorgplicht tegen overkreditering hadden; alleen de tussenpersoon is jegens hen aansprakelijk.
Kernoverwegingen
“Al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigen het oordeel dat [gedaagden 1-3, sub 1] jegens de Kredietnemers haar zorgplicht heeft geschonden. [eiser 2] heeft [gedaagden 1-3, sub 1] een bedrag van € 4.500 betaald om voor hem een hypothecair krediet te regelen. [eiser 2] heeft een hypothecair krediet gekregen. Als financieel dienstverlener met AFM-vergunning had [gedaagden 1-3, sub 1] [eiser 2] echter ook moeten adviseren over zijn hypothecaire lening, zoals ook overeengekomen in de overeenkomst van opdracht. [gedaagden 1-3, sub 1] had zijn situatie in kaart moeten brengen en zijn wensen en behoeften moeten inventariseren. Als [gedaagden 1-3, sub 1] dat had gedaan, was meteen uit het dossier gebleken dat het inkomen van [eiser 2] onvoldoende was voor het bedrag van de hypothecaire lening die uiteindelijk is aangevraagd. Gelet op het tijdsverloop tussen het tekenen van de overeenkomst van opdracht en het verkrijgen van het krediet, was ook meer dan voldoende tijd beschikbaar voor [gedaagden 1-3, sub 1] om inlichtingen in te winnen bij [eiser 2] en hem te adviseren. [gedaagden 1-3, sub 1] is niet direct aansprakelijk voor het handelen van [gedaagde 4] die niet bij haar in dienst was. Maar [gedaagden 1-3, sub 1] heeft te veel vertrouwd op [gedaagde 4], waarvan ze wist dat deze niet beschikte over een AFM-vergunning, en de verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van inlichtingen bij [eiser 2] kennelijk aan [gedaagde 4] overgelaten. Daarmee heeft […]”
r.o. 5.26
“[gedaagden 1-3, sub 2] en [gedaagden 1-3, sub 3] zijn als vennoten op grond van artikel 18 Wetboek van Koophandel hoofdelijk aansprakelijk jegens de Kredietnemers voor de schade die zij lijden als gevolg van de schending van de zorgplicht van [gedaagden 1-3, sub 1]. Conclusie aansprakelijkheid [gedaagde 4] en [gedaagden 1-3] jegens de Kredietnemers”
r.o. 5.30
“[gedaagde 4] en [gedaagden 1-3, sub 1] hebben ieder onzorgvuldig jegens de Kredietnemers gehandeld. Daarmee zijn zij en ook de vennoten aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade. Op grond van artikel 6:102 BW zijn zij hoofdelijk verbonden. De gevorderde hoofdelijke veroordeling tot vergoeding van die schade en de verwijzing naar de schadestaat zal worden toegewezen. [eiseressen 1+2]”
r.o. 5.31