Rechtbank Den Haag · 26 augustus 2026
Vernietiging VvE-besluiten over weigering toestemming dakterras en wijziging splitsingsakte
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een appartementseigenaar bouwde zonder toestemming van de twee andere leden een dakterras en vroeg daarna vernietiging van de besluiten van de VvE waarbij toestemming en wijziging van de splitsingsakte werden geweigerd. De kantonrechter wijst dit af: de besluiten konden in redelijkheid worden genomen (artikel 2:15 BW) en een vervangende machtiging helpt niet, omdat een besluit in strijd met de splitsingsakte nietig zou zijn (artikel 2:14 BW). Het tegenverzoek van een van de andere eigenaren is niet-ontvankelijk, omdat het bij dagvaarding had moeten worden ingeleid.
Kernoverwegingen
“Lookhill heeft geen belang bij haar verzoek tot vernietiging van de beslissingen om haar geen toestemming te verlenen voor de aanleg van het dakterras en de wijziging van de splitsingsakte. Ook als dat verzoek zou worden toegewezen, volgt daaruit nog niet dat Lookhill het dakterras op juiste gronden heeft aangelegd. Voor de door Lookhill beoogde situatie (het behoud van het dakterras) blijft immers een wijziging van de splitsingsakte nodig, zoals Lookhill zelf ook onderkent. De gewraakte beslissingen hebben bovendien geen rechtsgevolg: er is door die beslissingen feitelijk niets veranderd. Zij kunnen daarom niet worden aangemerkt als door de VvE genomen ‘besluiten’ die op grond van artikel 5:130 jo. artikel 2:15 BW voor vernietiging in aanmerking komen.”
r.o. 4.1
“Indien de beslissingen wel als besluiten in vorenbedoelde zin moeten worden aangemerkt, geldt het volgende. Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW is een besluit van een VvE vernietigbaar als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De toetsingsmaatstaf daarbij is of de vergadering van de VvE, na afweging van alle bij het besluit betrokken belangen, in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dit betreft een marginale toetsing.”
r.o. 4.2
“Lookhill stelt dat het dakterras aan alle vereisten voor een deugdelijke bouw voldoet, vanaf de straat niet zichtbaar is, het aanzicht van het gebouw niet verandert en het genot van het dak door [verwerende partij 2] en [verwerende partij 3] niet beperkt. Deze omstandigheden kunnen echter niet tot het oordeel leiden dat de ledenvergadering van de VvE in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten om Lookhill geen toestemming te verlenen voor de aanleg van het dakterras en de daarmee verband houdende wijziging van de splitsingsakte. Zoals gezegd, was voor de realisatie van het dakterras toestemming van de overige leden nodig. De technische kwaliteit van het dakterras en de feitelijke gevolgen daarvan kunnen weliswaar gewicht in de schaal leggen, maar nemen niet weg dat de besluitvorming over een kwestie als deze binnen de VvE aan de leden is voorbehouden en het belang van de overige leden om zelf over de verlening van toestemming te kunnen beslissen. Reeds de omstandigheid dat Lookhill het dakterras heeft gerealiseerd zonder de vereiste toestemming af te wachten, kon [verwerende partij 2] en [verwerende partij 3] in redelijkheid aanleiding geven om die toestemming alsnog formeel te weigeren. Los daarvan is niet gebleken dat zij bij hun uiteindelijke besluitvorming onvoldoende oog hebben gehad voor de belangen van Lookhill. De financiële consequenties gemoeid met de afbraak van het dakterras, Lookhill noemt het kapitaalvernietiging, leggen verder geen doorslaggevend gewicht in de […]”
r.o. 4.6