← Week 39

Rechtbank Den Haag · 9 september 2026

Externe bestuurdersaansprakelijkheid: schadebegroting, geen eigen schuld, geen matiging

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een bank stelt twee voormalige bestuurders van een groepsvennootschap in een factoringgroep in persoon aansprakelijk uit onrechtmatige daad wegens onjuiste rapportages. De rechtbank begroot de schade op ruim € 5,5 miljoen door de feitelijke situatie te vergelijken met het hypothetische scenario met correcte informatie. Het beroep op eigen schuld van de bank en het verzoek om matiging worden afgewezen, mede vanwege de opzettelijke misleiding. De vordering wordt toegewezen, met een beperkte verwijzing naar de schadestaat.

Kernoverwegingen

“In het tussenvonnis van 29 oktober 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat [gedaagde 2] in hoedanigheid van bestuurder van ECP Nederland ernstig persoonlijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens NIBC en dat hij daarom schadeplichtig is jegens NIBC op grond van onrechtmatige daad. De schade die NIBC als gevolg van deze onrechtmatige daad van [gedaagde 2] heeft geleden, moet worden vastgesteld door de feitelijke situatie af te zetten tegen het hypothetische scenario waarin ECP Nederland correcte rapportages en gegevens aan NIBC had verstrekt (zie het tussenvonnis onder 4.15).”

r.o. 4.1

“[gedaagde 2] betoogt ten eerste dat sprake is van eigen schuld van NIBC ten tijde van de financieringsrelatie. Volgens [gedaagde 2] had van NIBC als professionele financier mogen worden verwacht dat zij de van ECP Nederland ontvangen rapportages kritisch zou beoordelen, de juistheid daarvan zelfstandig zou verifiëren en onregelmatigheden nader zou onderzoeken. De rechtbank ziet dat anders. Tussen partijen staat ter discussie of NIBC de onjuistheden en onregelmatigheden bij onderzoek had kunnen opmerken. Echter, ook als dat het geval zou zijn geweest, laat dit onverlet dat het niet van NIBC hoeft te worden verwacht dat zij rekening houdt met bewuste manipulatie van de boekhouding door het bestuur van ECP Nederland. Een eventueel nalaten van NIBC op dit punt staat bovendien in geen verhouding tot de verwijtbaarheid van [gedaagde 2] (en [gedaagde 1]). Dat wordt niet anders doordat NIBC een professionele financier is (zie ook het tussenvonnis onder 4.14).”

r.o. 4.9

“De rechtbank oordeelt dat [gedaagde 2] ook niet voldoende heeft onderbouwd dat er is tekortgeschoten bij het trachten de vorderingen van de vorderingenportefeuille te innen vanaf april 2020. Het relatief bescheiden succes bij het innen van de vorderingenportefeuille wordt naar het oordeel van de rechtbank eerder verklaard door de slechte toestand daarvan, onder andere door het verouderd zijn van vele vorderingen en het mogelijk zelfs niet bestaan van een deel van de vorderingen. De rechtbank merkt verder op dat NIBC zelf bij uitstek belang heeft bij het innen van een zo hoog mogelijk bedrag van de vorderingenportefeuille, alleen al omdat NIBC er rekening mee moet houden dat [gedaagde 2] en [gedaagde 1] geen volledig verhaal zullen bieden voor de substantiële schadevergoedingsvordering van NIBC. Het ligt daarom niet in de rede dat NIBC zich daarvoor bewust onvoldoende zou hebben ingespannen.”

r.o. 4.12

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26535
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 september 2026
Datum publicatie
23 september 2026
Spoor
Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 6:101 BW, 6:109 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 39 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.