← Week 39

Rechtbank Den Haag · 16 september 2026

Onmiddellijke opzegging lidmaatschap coöperatie winkelcentrum; bijdrageplicht via derdenbeding eindigt

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een coöperatieve vereniging van eigenaren van een winkelcentrum vordert achterstallige bijdragen van een voormalig lid dat zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang had opgezegd. De rechtbank oordeelt dat de opzegging op grond van artikel 2:36 BW rechtsgeldig is, omdat de bijdragen na de renovatie onevenredig zijn geworden. De bijdrageplicht uit het derdenbeding eindigt daarmee. Wel moet het voormalig lid een beperkte vergoeding betalen wegens ongerechtvaardigde verrijking.

Kernoverwegingen

“De coöperatie is een bijzondere vorm van een vereniging als bedoeld in Boek 2, Titel 3, van het Burgerlijk Wetboek (BW) en niet een vereniging in de zin van Boek 5 BW (de vereniging van eigenaars van appartementsrechten) waarvoor een ander wettelijk kader geldt. Partijen zijn het erover eens dat het [gedaagde partij] (op grond van artikel 2:60 BW) vrijstond zijn lidmaatschap van de coöperatie te beëindigen, ondanks artikel 1 sub b van het derdenbeding uit de leveringsakte (zie 3.1), welke bepaling op grond van artikel 2:60 BW in zoverre voor niet geschreven moet worden gehouden.”

r.o. 5.2

“Met betrekking tot de te hanteren opzegtermijn van het lidmaatschap staat onweersproken vast dat via artikel 5, vijfde lid, van de statuten van de coöperatie (hierna: de statuten) rechtsgeldig de toepasselijkheid van artikel 2:36, eerste lid, eerste volzin, en artikel 2:36, derde lid, BW is uitgesloten. In de statuten is niets opgenomen over de opzegging van het lidmaatschap door een lid van de coöperatie en de statuten voorzien (dus) ook niet in een opzegtermijn daarvoor. Dat betekent dat de opzegtermijn wordt bepaald door artikel 2:36, eerste lid, tweede volzin, BW. Het lidmaatschap kan door [gedaagde partij] worden opgezegd tegen het einde van het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, als redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

De onmiddellijke opzegging is rechtsgeldig.”

r.o. 5.3

“Verder is van belang dat de bijdrageplicht voor leden van de coöperatie, zoals die is opgenomen in de leveringsakte, na de renovatie niet is aangepast, terwijl de feitelijke situatie geheel anders is geworden. Belangrijkste verschil is dat het complex van het nieuwe winkelcentrum volledig is afgesloten en is voorzien van airco en allerhande voorzieningen, terwijl de horecapaviljoens van [gedaagde partij] niet een dergelijke upgrade hebben ondergaan. Daarmee staat vast dat [gedaagde partij] van een groot deel van de genoemde voorzieningen geen enkel voordeel heeft en doet de bijdrageplicht op basis van de statuten niet langer recht aan de huidige situatie. Die situatie is zodanig dat [gedaagde partij] na de verbouwing van het winkelcentrum financieel onevenredig bijdraagt op basis van de in de statuten opgenomen bijdrageverplichting, die is gebaseerd op de situatie voor de verbouwing, waarbij het inmiddels bestaande verschil tussen de horecapaviljoens van [gedaagde partij] en de rest van het winkelcentrum niet zo groot was als nu en de kosten van de exploitatie van het oude winkelcentrum ook in geen enkele verhouding staan tot de nieuwe situatie.”

r.o. 5.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26862
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
16 september 2026
Datum publicatie
24 september 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:60 BW, 2:36 BW, 2:35 BW, 6:212 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 39 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.