Rechtbank Den Haag · 30 september 2026
Indirect bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk voor gebrekkige kozijnen na ontbinding leverancier
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een aannemer sprak de indirect bestuurder van een ontbonden leverancier van gebrekkige kozijnen persoonlijk aan op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank verwerpt de bevoegdheids- en ontvankelijkheidsverweren. Zij oordeelt dat geen persoonlijk ernstig verwijt is onderbouwd: de leverancier had middelen, voerde herstel uit en kon bij gebrek aan baten worden ontbonden. De vorderingen worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“De rechtbank volgt die verweren van [gedaagde] niet. Hoewel [vennootschap 2] inderdaad de directe bestuurder van [vennootschap 1] was, kan ook een enig indirect bestuurder op grond van onrechtmatige daad voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. De verwijten die [eiseres] maakt zien uitsluitend op handelingen van [gedaagde] als degene die namens [vennootschap 1] al het contact heeft gehad met [eiseres] , namens [vennootschap 1] de overeenkomst heeft gesloten en de garantieverklaring heeft afgegeven. In die omstandigheden kan [gedaagde] door [eiseres] als indirect bestuurder worden aangesproken.”
r.o. 4.8
“Een bestuurder is niet snel persoonlijk aansprakelijk voor zijn handelen als bestuurder van een vennootschap. Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, dan is het uitgangspunt dat alleen die vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is er, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van die vennootschap. Daarvoor is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap gelden dus hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.”
r.o. 4.12
“Van een persoonlijk ernstig verwijt kan onder andere sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder (i) bij het aangaan van een verbintenis wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de rechtspersoon niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die daaruit volgde, of (ii) wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.”
r.o. 4.13