← Week 11

Rechtbank Den Haag · 23 februari 2026

VvE-besluiten vernietigd: gebrekkige kascommissie, décharge en doorbelasting kosten aan leden

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Jaarrekening
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Leden van een vereniging van eigenaars vechten meerdere besluiten van de ledenvergadering aan op grond van artikel 5:130 BW en de artikelen 2:14, 2:15 en 2:48 BW. De kantonrechter vernietigt het besluit over de jaarstukken en de décharge, omdat de kascommissie tijdelijk uit één persoon bestond en daarmee in strijd met artikel 2:48 BW was samengesteld; dat gebrek maakt het besluit vernietigbaar, niet nietig. Ook de doorbelasting van vergaderkosten en advocaatkosten aan individuele leden is in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De overige besluiten blijven in stand.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 5:130 BW kan een lid van de VvE binnen een maand na de dag waarop deze kennis heeft genomen van een besluit van de algemene ledenvergadering bij de kantonrechter verzoeken om vernietiging van dat besluit. Volgens vaste rechtspraak kan in dezelfde procedure daarnaast aan de kantonrechter verzocht worden om de nietigheid van het besluit vast te stellen. Een besluit is op grond van artikel 2:14 lid 1 BW nietig indien het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit vernietigbaar indien het tot stand is gekomen op een wijze die in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen (sub a), in strijd is met de redelijkheid en billijkheid (sub b) of in strijd is met een reglement (sub c).”

r.o. 3.2

“De kantonrechter overweegt als volgt. Artikel 58.2. van de Akte van Ondersplitsing bepaalt, voor zover relevant:

Ontbreekt een raad van commissarissen, dan benoemt de vergadering een kascommissie, bestaande uit ten minste twee leden. Het lidmaatschap van de commissie is niet verenigbaar met de functie van bestuurder en die van voorzitter van de vergadering. De leden van de kascommissie onderzoeken de jaarrekening en brengen aan de vergadering verslag van hun bevindingen uit. […].

Dezelfde regel is ook vastgelegd in artikel 2:48 lid 2 BW.”

r.o. 3.5

“Zelfs als de kantonrechter de VvE in de stelling volgt dat [naam 4] vanwege haar benoeming als lid van het bestuur op 27 maart 2025 als kascommissielid is afgetreden, staat daarmee vast dat de kascommissie in de periode vanaf 27 maart 2025 tot de benoeming van [naam 6] in de vergadering van 30 juni 2025 heeft bestaan uit één persoon. Dat is in strijd met de hiervoor aangehaalde artikelen. De VvE betwist niet dat het advies van de kascommissie over de jaarstukken van 2024 in die periode is uitgebracht, namelijk op 13 mei 2025 (en op de vergadering van 30 juni 2025 mondeling is toegelicht). Vanwege het ontbreken van een geldig uitgebracht advies van de kascommissie is het besluit om de jaarstukken over 2024 definitief vast te stellen en het bestuur décharge te verlenen op een gebrekkige wijze tot stand gekomen.”

r.o. 3.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3249
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
23 februari 2026
Datum publicatie
9 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
5:130 BW, 2:14 BW, 2:15 BW, 2:48 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Jaarrekening, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 11 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.