← Week 11

Rechtbank Den Haag · 12 januari 2026

Schorsing commissaris stichting bij voorlopige voorziening ex parte (artikel 2:298 BW)

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Erfgenamen van de oprichter van een stichting vragen in een procedure over ontslag van het bestuur om voorlopige schorsing van de commissaris op grond van artikel 2:298 BW. De rechtbank wijst dit ex parte toe, omdat de commissaris vanwege een familieband met de bestuursvoorzitter mogelijk niet onbevangen kan optreden en niet reageerde op verzoeken van de tijdelijke bestuurder. De statutaire bepalingen over de raad van commissarissen blijven tijdelijk buiten toepassing.

Kernoverwegingen

“De erfgenamen verzoeken [naam] te schorsen als commissaris op grond van artikel 2:298 lid 4 juncto lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna : BW). Zij leggen daar aan ten grondslag dat [naam] zijn taak als commissaris in het geheel niet uitvoert. Het gevaar bestaat dat [naam] besluiten neemt als (enig) commissaris die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de Stichting en niet eenvoudig zijn terug te draaien.”

r.o. 2.2

“Op basis van de stellingen in de verzoekschriften van de erfgenamen, en het verweerschrift van de Stichting c.s., acht de rechtbank het aangewezen om een dergelijke voorziening te treffen. Vanwege de familieband die [naam] heeft met [verweerders sub 1] (de bestuursvoorzitter), broers, kan betwijfeld worden of hij in voldoende mate met een voor die functie vereiste mate van onbevangenheid raadgevend en adviserend kan optreden richting het bestuur. Daarbij speelt mee dat [naam], zoals de tijdelijk bestuurder te kennen heeft gegeven, niet heeft gereageerd op diens verzoeken om met hem in contact te treden. De voorlopige voorziening bestaat er uit dat [naam] met onmiddellijke ingang wordt geschorst als commissaris van de Stichting.”

r.o. 2.3

“De schorsing van [naam] geldt voor de duur van deze procedure. Omdat de raad van commissarissen voorlopig als gevolg van de schorsing feitelijk ‘onbemand’ is, zal de rechtbank bepalen dat de statutaire bepalingen over de (taken en bevoegdheden van de) raad van commissarissen van de Stichting voor de duur van deze procedure buiten toepassing blijven.”

r.o. 2.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3852
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
12 januari 2026
Datum publicatie
9 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:298 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 11 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.