← Week 13

Rechtbank Den Haag · 10 maart 2026

Nietigheid en vernietiging VvE-besluiten over kosten toegangspoorten en brandveiligheid parkeergarage

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een gemeente, eigenaar van de parkeergarage in een gesplitst appartementencomplex, vocht besluiten van de vereniging van eigenaars aan waarmee de kosten van toegangspoorten en brandveiligheid niet voor rekening van de vereniging kwamen. Zij beriep zich op nietigheid (artikel 2:14 BW) en vernietigbaarheid wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 2:15 lid 1 sub b BW). De kantonrechter oordeelt dat de splitsingsakte voorzieningen van de parkeergarage als niet-gemeenschappelijk aanmerkt en dat de besluiten niet onredelijk zijn. De verzoeken worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“Tussen partijen is in geschil of de te plaatsen toegangspoorteninstallatie en brandveiligheidsinstallatie als een gemeenschappelijke zaak moet worden aangemerkt. Daarmee betreft het geschil de wijze waarop de bepalingen in de splitsingsakte moeten worden uitgelegd. De splitsingsakte en het daarin opgenomen reglement is een regeling die naar zijn aard bestemd is om de rechtspositie van derden te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben op de inhoud of formulering daarvan. Overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan de wijze waarop die bepalingen zijn opgesteld, zijn voor derden niet kenbaar. Voorop staat dat bij de uitleg van de betreffende bepalingen niet alleen gekeken moet worden naar de louter taalkundige uitleg en ook acht moet worden geslagen op andere objectieve maatstaven zoals de elders in de splitsingsakte gebruikte formuleringen, en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe een bepaalde tekstinterpretatie leidt. Naar het oordeel van de kantonrechter leidt toepassing van deze norm tot het volgende oordeel.”

r.o. 3.2

“Het standpunt van de Gemeente, dat de vraag of sprake is van een gemeenschappelijk zaak vervolgens moet worden bepaald door artikel 1 onder e van de splitsingsakte, dat als definitie van ‘gemeenschappelijke zaken’ noemt: alle zaken, die bestemd zijn of worden om door alle eigenaars of een bepaalde groep van eigenaars gebruikt te worden, is niet juist. Enerzijds omdat daarmee hetgeen in artikel 9 lid 2 tot uitgangspunt is genomen, namelijk dat voorzieningen in de parkeergarage niet gemeenschappelijk zijn, wordt miskent. Anderzijds omdat de ledenvergadering beslist over de vraag of een toekomstige voorziening al dan niet als gemeenschappelijk moet worden aangemerkt. Deze systematiek volgt ook uit artikel 10 van de splitsingsakte:

Indien er twijfel bestaat of een zaak tot de gemeenschappelijke gedeelten of de gemeenschappelijke zaken behoort, wordt hierover beslist door de vergadering.”

r.o. 3.6

“Het voorgaande betekent dat de bestreden besluiten van de VvE niet strijdig zijn met de splitsingsakte. Het primaire standpunt van de Gemeente faalt dan ook.

De besluiten zijn niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid”

r.o. 3.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4904
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
10 maart 2026
Datum publicatie
24 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:15 BW, 5:130 BW, 5:121 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 13 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.