← Week 20

Rechtbank Gelderland · 21 april 2026

Statutair bestuurder: ontslag op staande voet en aansprakelijkheid voor onttrokken gelden (€ 800.000)

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een statutair bestuurder die meer dan € 700.000 van de vennootschap naar zijn privérekening overboekte, werd op staande voet ontslagen en beriep zich op een gokverslaving. De rechtbank oordeelt dat de benoeming van een bestuurder vormvrij is, dat een statutair bestuurder geen vernietiging van het arbeidsrechtelijk ontslag kan vragen en dat het ontslag rechtsgeldig is. De verslaving staat toerekening niet in de weg, zodat de bestuurder op grond van artikel 6:162 BW € 800.000 aan de vennootschap moet betalen.

Kernoverwegingen

“Volgens artikel 2:242 BW wordt een (statutair) bestuurder van een vennootschap, afgezien van de eerste maal bij de akte van oprichting, benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA). Delco stelt dat, hoewel zij niet beschikt over een schriftelijk benoemingsbesluit, dit besluit wel degelijk is genomen. In artikel 2:132 BW is niet bepaald dat schriftelijkheid een constitutief vereiste is voor het tot stand komen van benoeming van bestuurders. Gesteld noch gebleken is dat dit is bepaald in de statuten van Delco. Het besluit zelf is dus vormvrij. Dit brengt mee dat Delco in deze procedure feiten en omstandigheden kan aanvoeren waardoor voldoende aannemelijk is dat een benoemingsbesluit door de AvA is genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is Delco daarin geslaagd.”

r.o. 4.2

“Vast staat dat [de verzoeker] op 13 juli 2015 in dienst is getreden bij Delco als medewerker Finance & Control. Op 1 mei 2023 is de arbeidsovereenkomst tussen Delco en [de verzoeker] gewijzigd. In de gewijzigde arbeidsovereenkomst is de functie Managing Director opgenomen. Delco heeft verder een verklaring van [medebestuurder] (hierna te noemen: [medebestuurder] ), zijnde de middellijk aandeelhouder van Delco, in het geding gebracht waaruit blijkt dat [medebestuurder] [de verzoeker] op 23 maart 2023 tot statutair bestuurder heeft benoemd. Daarnaast is het feit dat [de verzoeker] bij de Kamer van Hoophandel als statutair bestuurder is ingeschreven een sterke aanwijzing dat hij in die functie is benoemd en dat hij deze benoeming heeft aanvaard. De inschrijving van [de verzoeker] als statutair bestuurder heeft plaatsgevonden door [medebestuurder] in zijn hoedanigheid van bestuurder van Delco. [medebestuurder] was echter - naast bestuurder - ook (middellijk) aandeelhouder van Delco. Het formulier voor de inschrijving van [de verzoeker] bij de Kamer van Koophandel is bovendien door [de verzoeker] zelf ingevuld en ondertekend. [de verzoeker] heeft erkend dat hij zelf de inschrijving heeft geregeld. [de verzoeker] was aldus bekend met zijn benoeming tot statutair bestuurder en heeft die benoeming ook aanvaard. [de verzoeker] heeft ook zelf op het formulier aangegeven dat zijn functie ‘executive director' (uitvoerend statutair bestuurder) is. Dat [de verzoeker] onder 4.3 van het KvK […]”

r.o. 4.3

“[de verzoeker] kan bovendien geen vernietiging vragen van het arbeidsrechtelijk ontslag op staande voet. Die mogelijkheid bestaat niet voor een werknemer die ook bestuurder is van een besloten of naamloze vennootschap, zoals [de verzoeker] . Gelet op artikel 7:681 lid 1, onder a, BW kan vernietiging van een opzegging, waaronder een ontslag op staande voet, alleen worden verzocht als de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. In geval van een bestuurder kan de werkgever echter op grond van artikel 7:671 lid 1, onder e, BW de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig opzeggen, zonder dat daarvoor een instemming van die bestuurder is vereist. De opzegging door de werkgever van een arbeidsovereenkomst met een bestuurder kan dus niet in strijd zijn met artikel 7:671 BW. Er kan daarom ook geen vernietiging van die opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1, onder a, BW worden verzocht (zie ook: Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 maart 2017, ECLI:NL: GHARL:2017:2283). Dat dit zo is, blijkt ook uit de wetgeschiedenis van deze bepalingen (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 28). De reden hiervoor is dat de wetgever vindt dat het in beginsel niet aan de overheid is om te oordelen over de vraag of de arbeidsovereenkomst van een bestuurder kan worden opgezegd, als een aandeelhoudersvergadering rechtsgeldig heeft besloten dat de bestuurder niet aan kan blijven. Dat een werknemer die ook bestuurder is geen vernietiging kan vragen van een arbeidsrechtelijke opzegging, zoals […]”

r.o. 4.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:3431
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
15 mei 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:242 BW, 2:132 BW, 2:244 BW, 6:162 BW, 6:165 BW, 7:661 BW, 7:671 BW, 7:677 BW, 7:681 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Overig Boek 2
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 20 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.