← Week 23

Rechtbank Gelderland · 27 mei 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens selectieve betaling bij informele vereffening vóór turboliquidatie

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een schuldeiser vorderde schadevergoeding van een houdstermaatschappij en haar bestuurder, omdat een dochtervennootschap bij feitelijke bedrijfsbeëindiging alle andere schuldeisers betaalde en alleen deze schuldeiser onbetaald liet, waarna zij via turboliquidatie werd ontbonden. De rechtbank neemt een ernstig persoonlijk verwijt aan en oordeelt dat beide bestuurders aansprakelijk zijn, ook de bestuurder van de houdstermaatschappij op grond van artikel 2:11 BW. De schade wordt begroot op 55,6 procent van de vordering, omdat de dochter bij gelijke behandeling ook niet volledig had kunnen betalen.

Kernoverwegingen

“Hordeum heeft gesteld dat LGE ten tijde van het betalen van alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers geen rekening hoefde te houden met de vorderingen van Renovate, omdat die vorderingen ondeugdelijk zijn. Volgens Hordeum heeft Renovate ondermaats werk verricht, zodat zij geen aanspraak kan maken op betaling voor dat werk. Renovate kan evenmin aanspraak maken op schadevergoeding voor gemiste winst, omdat LGE gelet op het ondermaatse werk van Renovate terecht geen nadere opdrachten meer aan Renovate heeft verstrekt, hoewel LGE en Renovate dat aanvankelijk wel waren overeengekomen. Hordeum heeft voorts gesteld dat juist Renovate aansprakelijk is jegens LGE, omdat LGE schade heeft geleden door toedoen van Renovate. Deze verweren baten Hordeum echter niet. Ten tijde van het feitelijk staken van de onderneming door LGE had Renovate herhaaldelijk laten weten dat zij volledige betaling van haar facturen verlangde, onder meer op 9 oktober 2024 in een bespreking en nadien in november 2024 in tussen partijen gewisselde correspondentie. Ook had Renovate in die correspondentie laten weten (schade)vergoeding te verlangen voor misgelopen winst voor werk dat uiteindelijk niet aan haar is gegund, maar volgens de afspraken tussen partijen wel aan Renovate gegund had moeten worden. Tussen partijen staat vast dat zij vanaf in ieder geval november 2024 lijnrecht tegenover elkaar waren komen te staan en dat zij hun beider posities over en weer zowel mondeling als schriftelijk met behulp […]”

r.o. 3.14

“Hordeum heeft voorts gesteld dat alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers zijn betaald in het kader van een reddingspoging van LGE. Volgens Hordeum zijn alle betalingen gedaan aan installateurs die herstelwerkzaamheden verrichtten aan het werk dat in opdracht van [techniekbedrijf] werd verricht. LGE had de hoop dat [techniekbedrijf] , als het werk alsnog naar tevredenheid zou worden opgeleverd, de openstaande facturen van ArTee zou betalen zodat ArTee op haar beurt LGE kon betalen. Dit verweer overtuigt niet. Hordeum heeft ter zitting immers toegelicht dat het besluit van ArTee om geen werk meer uit te besteden aan LGE al in december 2024 was genomen, dat LGE begin januari 2025 tot de conclusie was gekomen dat het niet verantwoord was om haar activiteiten voort te zetten en dat vooruitlopend op de voorgenomen ontbinding van LGE het vermogen van LGE informeel werd vereffend door alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers te voldoen. Daar komt nog bij dat Hordeum ter zitting eveneens heeft toegelicht dat LGE in diezelfde periode haar vordering op ArTee heeft gecrediteerd. Deze gecrediteerde vordering zag nu juist op het werk dat [techniekbedrijf] aan ArTee in opdracht had gegeven en ArTee via LGE aan Renovate had uitbesteed. Gelet op dit alles valt niet in te zien dat sprake was van een reële reddingspoging van LGE, laat staan een reddingspoging die rechtvaardigt dat alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers volledig zijn betaald terwijl uitsluitend […]”

r.o. 3.16

“Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende conclusie. Hordeum heeft als bestuurder van LGE welbewust de vorderingen van Renovate onbetaald gelaten en aldus bewerkstelligd dat LGE haar verplichtingen jegens Renovate niet is nagekomen. Hordeum heeft als bestuurder van LGE echter wel alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers van LGE volledig voldaan, terwijl Hordeum op dat moment wist dat LGE in een positie verkeerde waarin zij niet langer al haar schuldeisers volledig kon voldoen en dat gelet op de feitelijke bedrijfsbeëindiging in de toekomst ook niet meer zou kunnen. Nadat alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers zouden zijn betaald, zou LGE worden ontbonden en zou niets resteren voor Renovate. LGE zou derhalve ook geen verhaal kunnen bieden voor de schade die Renovate hierdoor als onbetaald gelaten schuldeiser zou lijden. Dit was Hordeum bekend ten tijde van het betalen van alle andere (niet aan LGE gelieerde) schuldeisers, althans het onbetaald laten van Renovate. Dit alles maakt het handelen van Hordeum jegens Renovate zodanig onzorgvuldig dat Hordeum daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.”

r.o. 3.17

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:4324
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
27 mei 2026
Datum publicatie
3 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 2:11 BW, 2:19 BW, 6:97 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 23 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.