Rechtbank Gelderland · 14 augustus 2026
Ontslag bestuurder STAK wegens tegenstrijdig belang als privéschuldenaar van de B.V.
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
De rechtbank ontslaat de bestuurder van een stichting administratiekantoor op grond van artikel 2:298 BW. De bestuurder, die privé een grote schuld heeft aan de B.V. waarvan de stichting alle aandelen houdt, belemmerde de incasso van die schuld en zette zijn medebestuurder buiten spel. Dit levert verwaarlozing van de bestuurstaak, tegenstrijdige belangen en een ernstig verstoorde verhouding op. Omdat hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, geldt ook het wettelijke bestuursverbod van vijf jaar.
Kernoverwegingen
“De rechtbank volgt [verweerder] hierin niet. Artikel 995 lid 3 Rv schrijft voor dat de rechter de oproeping van de rechtspersoon gelast in een verzoek dat is gegrond in boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Dat was in dit geval echter zinledig geweest. De STAK heeft namelijk geen andere bestuurders dan partijen. De STAK, die door beide partijen rechtsgeldig vertegenwoordigd kan worden, had geen andere standpunten ingenomen en kunnen innemen dan hetgeen door partijen naar voren is gebracht. En die zijn niet eensluidend. Het uitstellen van de mondelinge behandeling en het oproepen van de STAK zou derhalve geen toegevoegde waarde hebben.
[verweerder] zal worden ontslagen als bestuurder van de STAK”
r.o. 4.2
“Met [verzoeker] is de rechtbank van oordeel dat [verweerder] zijn taak als bestuurder van de STAK heeft verwaarloosd. Daartoe wordt het volgende overwogen. Het niet betalen van de verschuldigde rentes en het niet terugbetalen van de opeisbare schulden die [verweerder] in privé heeft aan [B.V.] , en tot betaling waarvan hij door het gerechtshof Den Haag bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest van 24 februari 2026 is veroordeeld, zien op zijn relatie met [B.V.] Als bestuurder van [B.V.] had hij er op moeten toezien dat zijn privéschulden overeenkomstig de veroordeling door het gerechtshof zouden worden afgelost. Dat heeft hij nagelaten. Integendeel; [verweerder] heeft, weliswaar als bestuurder van [B.V.] en gebruikmakend van het door hem genomen prioriteitsbesluit, [verzoeker] als (mede) bestuurder van [B.V.] belet tot executiemaatregelen over te gaan. Dat had hij als bestuurder van [B.V.] moeten nalaten. Als bestuurder van de STAK, die de enig aandeelhouder van [B.V.] is, had hij het niet mogen laten gebeuren dat de executie vanuit [B.V.] werd belet, omdat dit in strijd niet alleen in strijd is met het belang van [B.V.] , maar ook in strijd met het belang van de STAK. Dit handelen en nalaten van [verweerder] levert verwaarlozing van zijn taak open daarmee reeds een grond voor ontslag.”
r.o. 4.6
“Daarnaast maken de verschillende rollen die [verweerder] heeft, als bestuurder van [B.V.] en de STAK enerzijds en zijn positie als schuldenaar (in privé) van [B.V.] anderzijds, voortzetting van zijn bestuurderschap onmogelijk, nu [verweerder] in privé, vanwege die schulden, in een ernstig en langdurig juridisch conflict is verwikkeld met beide rechtspersonen en met de andere bestuurder, [verzoeker] . [verweerder] heeft derhalve door die verschillende rollen tegenstrijdige belangen. [verweerder] heeft gegeven die situatie geen afstand genomen als bestuurder van [B.V.] en/of als bestuurder van de STAK als het gaat om de aan deze schulden verbonden onderwerpen. Integendeel, zoals hiervoor is aangehaald, heeft hij juist pogingen gedaan executie te voorkomen en [verzoeker] , zijn medebestuurder, buiten spel te zetten door haar de bevoegdheid te ontnemen [B.V.] zelfstandig te vertegenwoordigen. Daarnaast bestaat gelet op zijn handelen als bestuurder en prioriteitsaandeelhouder van [B.V.] het risico dat hij pogingen zal ondernemen om [B.V.] te beletten tot executie van de door het gerechtshof Den Haag uitgesproken veroordelingen over te gaan. Tot slot overweegt de rechtbank dat er inmiddels als gevolg van het handelen en nalaten van [verweerder] ook sprake is van een ernstig verstoorde relatie met [verzoeker] , waarvoor [verweerder] , gelet op voornoemd gedrag, in belangrijke mate verantwoordelijk voor wordt gehouden. Die verstoring is zodanig ernstig dat binnen de STAK ook al […]”
r.o. 4.10