← Week 34

Rechtbank Gelderland · 18 augustus 2026

Inzagevordering in kort geding; 403-verklaring moedermaatschappij als grondslag voor belang

  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Zijdelings

Samenvatting

In kort geding wordt grotendeels toegewezen een vordering tot inzage in documenten die onder bewijsbeslag zijn genomen, ondanks een arbitragebeding in het buitenland. Boek 2 speelt een bijrol: omdat de moedermaatschappij een 403-verklaring (artikel 2:403 BW) heeft afgelegd en daardoor hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen van haar dochter, kan zij niet als derde worden beschouwd en heeft de eiser ook jegens haar belang bij inzage.

Kernoverwegingen

“Allego c.s. heeft verder aangevoerd dat TGH in het geheel geen belang heeft bij de onderhavige inzagevordering jegens Allego N.V. Volgens haar is Allego N.V. een niet-operationele houdstervennootschap waarmee TGH geen contact en geen contractuele relatie had. Allego N.V. beschikt dan ook over geen van de gevraagde documenten, die bovendien exact het zelfde zijn als de documenten die bij Allego Holding worden opgevraagd, en moet als een derde worden beschouwd, aldus Allego c.s. TGH stelt dat zij een zelfstandige vordering heeft jegens Allego N.V. op basis van de 403-verklaring en dat zij jegens Allego N.V. reeds een bodemprocedure aanhangig heeft gemaakt. In die procedure draagt TGH de bewijslast voor dezelfde stellingen in de arbitrageprocedure tegen Allego Holding. Zij betwist dat Allego N.V. een derde is.”

r.o. 5.14

“Het bewijsbeslag door TGH is zowel onder Allego Holding als onder Allego N.V. gelegd. Ter zitting heeft TGH aangevoerd dat de deurwaarder niet heeft verklaard dat het beslag bij Allego N.V. niets heeft geraakt en dat zij niet weet wat er is beslagen. Dat er slechts één server is en dat Allego N.V. geen aparte documenten in bezit kan hebben (gehad), zoals Allego c.s. aanvoert, kan, wat daar ook van zij, niet ertoe leiden dat reeds nu wordt vastgesteld dat TGH bij haar vordering jegens Allego N.V. geen enkel belang heeft. Bovendien zal, als inderdaad blijkt dat deze vennootschap geen afzonderlijke documenten bezit, dit bij de selectie door de gerechtelijk bewaarder pas duidelijk worden. Gelet op de 403-verklaring, kan Allego N.V. niet als derde worden aangemerkt. Het verweer van Allego c.s. dat TGH geen enkel belang heeft bij haar inzagevordering jegens Allego N.V. kan dan ook niet slagen.

De vordering van TGH is voldoende duidelijk”

r.o. 5.15

“TGH heeft het bestaan van een rechtsbetrekking voldoende aannemelijk gemaakt. Ten aanzien van Allego Holding is dit evident nu zij partij is bij de EVIA en het geschil tussen partijen voortvloeit uit (de nakoming van) deze overeenkomst. De vraag of Allego N.V. rechtstreeks gebonden is aan de EVIA moet in de arbitrageprocedure worden beantwoord. Dat Allego N.V. op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle verplichtingen van Allego Holding, is niet in geschil. Daar komt bij dat het begrip ‘partij bij een rechtsbetrekking’ volgens de wetsgeschiedenis ruim moet worden opgevat en kan de inzet van een procedure juist bestaan in de vraag of tussen partijen al dan niet een rechtsbetrekking bestaat. Gelet daarop acht de voorzieningenrechter aan dit vereiste voldaan.

Voldoende belang”

r.o. 5.19

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6463
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:403 BW
Thema
Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 34 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.