← Week 36

Rechtbank Gelderland · 2 september 2026

Voorlopig getuigenverhoor naast lopend OK-enquêteonderzoek: uitstel tot depot verslag

  • Enquêterecht
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een aandeelhouder verzoekt een voorlopig getuigenverhoor van twee bestuurders van een vennootschap waarover bij de OK een enquêteprocedure loopt. De rechtbank wijst het verzoek alleen toe voor zover het de opeising van een groepslening betreft: het enquêteonderzoek vervangt een getuigenverhoor niet en neemt het belang niet weg. Het verhoor mag pas beginnen nadat het enquêteverslag op grond van artikel 2:353 BW is nedergelegd, om het onderzoek niet te verstoren. Voor het overige ontbreekt belang, mede vanwege een lopende procedure in China.

Kernoverwegingen

“Nexperia, [verweerder 1] en [verweerder 2] hebben onder meer het verweer gevoerd dat het door de OK gelaste onderzoek in de enquêteprocedure – mede op eigen verzoek van Yuching – óók het feitelijk gebeuren omvat waarvan Yuching in haar verzoekschrift stelt dat ze [verweerder 1] en [verweerder 2] daarover wil horen, zowel temporeel als inhoudelijk. Gelet op de, mede uit het plan van aanpak van de OK-onderzoekers blijkende, ruime omvang en reikwijdte van het OK-onderzoek, het feit dat de onderzoekers ook voornemens zijn [verweerder 1] en [verweerder 2] te interviewen en dat Yuching de OK kan verzoeken hen zo nodig als getuigen te horen, dient een voorlopig getuigenverhoor naast het OK-onderzoek volgens Nexperia geen enkel redelijk doel (meer) en heeft Yuching daarbij dan ook geen belang. Yuching heeft gemotiveerd betwist dat het inmiddels bevolen OK-onderzoek maakt dat zij geen belang (meer) heeft bij een voorlopig getuigenverhoor. Zij heeft in dat kader onder meer betwist dat het OK-onderzoek (inhoudelijk en temporeel) volledig overlapt met het feitelijk gebeuren waarover zij [verweerder 1] en [verweerder 2] als getuigen wil horen, met name met betrekking tot de Yuching Loan. Daarnaast heeft zij erop gewezen dat het feit dat in het OK-onderzoek vragen aan de orde zouden kunnen komen die zij ook aan de getuigen wil stellen niet betekent dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren, en dat zij niet bij machte is de OK-onderzoekers te dwingen die vragen te stellen. Verder wijst zij […]”

r.o. 5.15

“De rechtbank volgt de verweerders niet in hun standpunt dat de OK-procedure maakt dat Yuching geen belang (meer) heeft bij haar verzoek, voor zover dat betrekking heeft op de Yuching Loan. Daargelaten of de feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het verweer van Yuching in de Yuching Loan procedure en voor een eventuele (tegen)vordering tot schadevergoeding in verband met de Yuching Loan ook allemaal deel kunnen en zullen uitmaken van het OK-onderzoek, gaat dit verweer eraan voorbij dat een voorlopig getuigenverhoor niet alleen kan dienen ter opheldering van feiten, maar ook tot het verzamelen en veiligstellen van het bewijs daarvan. Dat het verslag van het OK-onderzoek in een procedure over de opeising van de Yuching Loan de functie zal kunnen vervullen van (zelfstandige) bewijsvoering, en daartoe ook voldoende zal zijn, ligt niet zonder meer voor de hand. In de eerste plaats omdat bepaald niet zeker is dat dit verslag onder ede afgelegde verklaringen van [verweerder 1] en [verweerder 2] zal bevatten, maar ook omdat het OK-onderzoek erop gericht zal zijn vast te stellen of sprake is (geweest) van wanbeleid bij Nexperia. Het zal er niet (noodzakelijkerwijs ook) op gericht zijn om vast te stellen of Nexperia in haar contractuele verhouding tot Yuching in het kader van de IFA gerechtigd was tot het opzeggen en opeisen van de Yuching Loan en om het bewijs veilig te stellen van de daarvoor relevante feiten.”

r.o. 5.16

“De rechtbank is van oordeel dat het OK-onderzoek niet noodzaakt tot aanhouding van de beslissing op het verzoek en evenmin tot de afwijzing daarvan, maar wel tot uitstel van het te gelasten verhoor zelf. Zij zal daarom bepalen dat het feitelijke verhoor pas kan plaatsvinden nadat de OK-onderzoekers hun (definitieve) rapport hebben gedeponeerd ter griffie van de OK. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van het volgende.”

r.o. 5.40

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6842
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
2 september 2026
Datum publicatie
2 september 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:345 BW, 2:353 BW
Thema
Enquêterecht
Weekoverzicht
Week 36 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.