← Week 44

Rechtbank Gelderland · 19 januari 2026

Ontslag stichtingsbestuurder wegens taakverwaarlozing en privé-uitgaven; benoeming twee nieuwe bestuurders

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een rekeninghouder van een stichting die een rentevrije munt exploiteert, verzoekt het ontslag van de enige bestuurder op grond van artikel 2:298 BW. De rechtbank wijst het verzoek toe: de bestuurder heeft zijn taak verwaarloosd en er zijn andere gewichtige redenen, onder meer privé-uitgaven uit het stichtingsvermogen en het niet langer functioneren van het betaalsysteem. De rechtbank benoemt twee nieuwe bestuurders.

Kernoverwegingen

“De wet vermeldt niet in het algemeen wie tot de belanghebbenden zijn te rekenen bij een verzoek tot ontslag en benoeming van bestuurders van een Stichting op grond van artikel 2:298 lid 1 BW. Wie belanghebbende zijn moet uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen.”

r.o. 5.1

“De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] belanghebbende is bij de door hem gedane verzoeken. Hij is namelijk houder van een betaalrekening en ondervindt er daarom nadeel van dat, zoals onweersproken is gesteld, het betaalsysteem niet meer functioneert doordat de Florijn niet meer kan worden gekocht en verkocht en er geen Florijnen meer van de betaalrekening kunnen worden opgenomen. Dat heeft tot gevolg dat [verzoeker] feitelijk geen gebruik meer kan maken van de op zijn betaalrekening aanwezige Florijnen. Bij het aanmerken van [verzoeker] in zijn hoedanigheid van rekeninghouder als belanghebbende hecht de rechtbank er mede belang aan dat de Stichting een door een (inmiddels) weliswaar groot aantal personen gebruikt, maar nog steeds niet algemeen aanvaard betaalmiddel exploiteert en beheert (althans geacht wordt dat te doen) en daarbij niet, althans niet voor de rechtbank kenbaar, aan enig feitelijk toezicht lijkt te zijn onderworpen. Dat maakt dat haar rekeninghouders de bescherming die bijvoorbeeld houders van “reguliere” bankrekeningen zouden moeten genieten lijken te ontberen. Het voorgaande geldt, om dezelfde redenen, ook voor de belanghebbenden sub 5 tot en met 53.

[gedaagde] wordt ontslagen; [verzoeker] en [belanghebbende 2] worden benoemd als bestuurders”

r.o. 5.2

“[verzoeker] heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] de gelden op de bankrekening van de Stichting heeft aangewend om edelmetaal te kopen en dat hij dit edelmetaal niet aan de Stichting heeft afgedragen, maar dat het er veeleer op lijkt dat hij het zich heeft toegeëigend. Hij heeft het edelmetaal namelijk op een voor de Stichting onbekende locatie opgeslagen en desgevraagd niet aan de toenmalige penningmeester, die uit hoofde van zijn functie eindverantwoordelijk was voor het beheer over de financiële middelen en het vermogen van de Stichting, willen verklaren waar dat is. Hierin is een gewichtige reden gelegen voor ontslag van [gedaagde] als bestuurder van de Stichting.”

r.o. 5.6

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7551
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
19 januari 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:298 BW, 2:302 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Weekoverzicht
Week 44 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.