← Week 4

Rechtbank Limburg · 14 januari 2026

VvE: nietigheid en vernietigbaarheid ALV-besluiten, te late vernietigingsvordering, ontslag bestuur

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een vereniging van eigenaars vordert betaling van achterstallige bijdragen van een lid, dat de besluiten van de algemene ledenvergadering nietig of vernietigbaar acht. De kantonrechter oordeelt op grond van artikel 2:14 BW dat inhoudelijke strijd met wet of splitsingsakte niet is gebleken en dat gebreken in de totstandkoming hooguit tot vernietiging kunnen leiden. Omdat de vernietiging niet binnen een maand is ingeroepen, zijn de besluiten onaantastbaar en wordt de vordering toegewezen. Het gevraagde ontslag van het bestuur is voorbehouden aan de vergadering van eigenaars.

Kernoverwegingen

“In beginsel is de rechtbank (en niet de kantonrechter) bevoegd te oordelen omtrent de nietigheid van een besluit van een orgaan van een rechtspersoon (ex artikel 2:14 en artikel 2:15 BW). Omdat [lid VvE] de nietigheid heeft ingeroepen als verweer in reconventie, is de kantonrechter, gelet op het bepaalde in artikel 97 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wel bevoegd om hierover te oordelen.”

r.o. 4.6

“Uit artikel 2:14 lid 1 BW volgt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon nietig is, indien het in strijd is met de wet of de statuten. Uit artikel 5:129 lid 1 BW volgt dat met de statuten wordt gelijkgesteld de akte van splitsing. Met andere woorden: het beroep op nietigheid kan alleen slagen als die besluiten zélf, dus inhoudelijk en niet qua wijze van totstandkoming, nietig zijn. Uit de stellingen van [lid VvE] kan niet worden afgeleid dat de besluiten in strijd zijn met de wet of de splitsingsakte. Van nietigheid is dus geen sprake. Voor zover er - zoals [lid VvE] beweert - gebreken kleven in de agendering, informatievoorziening of verloop van de ALV, heeft te gelden dat dit allemaal de totstandkoming van de besluiten betreft. Dat kan hooguit tot vernietiging van de besluiten leiden.”

r.o. 4.7

“Ten aanzien van het verzoek tot vernietiging geldt op grond van artikel 5:130 lid 2 BW dat dit verzoek moet worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of kennis heeft kunnen nemen. Hoewel het verzoek tot vernietiging dus strikt genomen met een verzoekschrift had moeten worden ingeleid, zal de kantonrechter wel een beslissing nemen over de verzochte vernietiging. [lid VvE] is immers niet ontvankelijk in dit verzoek, omdat dit te laat is ingediend. Vast staat dat [lid VvE] bij de vergadering van 18 december 2024 niet aanwezig is geweest. [lid VvE] heeft niet betwist dat hij bij e-mailbericht van 29 december 2024 de actie- en besluitenlijst van de VvE-vergadering van 18 december 2024 heeft ontvangen. [lid VvE] heeft op 29 december 2024 van de besluiten kennis genomen (of in ieder geval kennis kunnen nemen). [lid VvE] heeft niet binnen een maand na 30 december 2024 een verzoek tot vernietiging ingediend. Daarmee zijn de besluiten va de ALV van 18 december 2024 onaantastbaar geworden en is [lid VvE] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vernietiging daarvan.

Maandelijkse VvE-bijdrage, bijdrage reparatie balkons en [bedrijf] (funderingsherstel)”

r.o. 4.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:47
Instantie
Rechtbank Limburg
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
20 januari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:15 BW, 5:129 BW, 5:130 BW, 5:131 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 4 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.