Rechtbank Limburg · 15 juni 2026
Vernietiging VvE-besluit tot verhoging servicebijdragen afgewezen; toets redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een appartementseigenaar vroeg vernietiging van een VvE-besluit dat de servicebijdragen met 54,4% verhoogde, wegens gebrekkige oproeping en notulen en strijd met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter toetst aan de artikelen 2:14, 2:15 en 2:8 BW via artikel 5:130 BW en past daarbij een terughoudende toets toe. Omdat de verhoging voortvloeit uit jarenlang uitgesteld onderhoud en de reserveringsplicht, is het besluit niet onredelijk of onbillijk en wordt het verzoek afgewezen.
Kernoverwegingen
“De kantonrechter stelt voorop dat vernietiging van een besluit van de VvE kan worden uitgesproken indien:
het besluit in strijd is met de statutaire bepalingen (waaronder de bepalingen van de splitsingsakte en de daarvan deel uitmakende reglementen) die het tot stand komen van besluiten regelen; voor het overige leidt strijd met de statuten blijkens artikel 2:14 BW tot nietigheid van het besluit; het besluit is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de VvE en degenen die krachtens de wet en statuten bij haar organisatie zijn betrokken, jegens elkander in acht moeten nemen bij hun gedragingen (art. 5:130 BW jo art. 2:15 BW jo art. 2:8 BW).
Oproeping eigenaren”
r.o. 4.3
“De kantonrechter overweegt als volgt. Weliswaar klopten niet alle adressen op de oorspronkelijke lijst, maar dat leidt nog niet tot de conclusie dat de door de VvE verstuurde oproepingsbrieven voor de ALV de eigenaren niet hebben bereikt. Daarvoor is bepalend dat [verzoekende partij] en Vaessen tijdens de mondelinge behandeling hebben aangegeven dat de VvE alle eigenaren steeds per e-mail hebben opgeroepen, behoudens voor zover de betreffende eigenaar geen gebruik maakte van e-mail. Niet gesteld noch gebleken is dat de emailberichten niet zouden zijn aangekomen. Daarnaast heeft de kantonrechter alle eigenaren op basis van de nieuwe adressenlijst opgeroepen. Er hebben zich bij de kantonrechter geen eigenaren gemeld, die niet juist zouden zijn opgeroepen door de VvE of eigenaren die niet op de hoogte zouden zijn van de vergaderingen. [verzoekende partij] heeft zijn geuite vermoeden, dat niet alle eigenaren juist zouden zijn opgeroepen door de VvE, niet nader onderbouwd. [verzoekende partij] heeft ook niet aangevoerd welke eigenaren niet (juist) zouden zijn opgeroepen en wat dit volgens hem zou betekenen voor de stemverhoudingen of het quorum. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling dat tijdens de vergadering geen besluitvorming had mogen plaatsvinden.
Notulen”
r.o. 4.6
“Dit brengt de kantonrechter tot de beoordeling van de stelling dat het genomen besluit in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter is bevoegd een genomen besluit vol te toetsen, maar in de jurisprudentie en literatuur wordt over het algemeen aangenomen dat de kantonrechter zich bij het uitvoeren van die toets terughoudend dient op te stellen. De reden daarvoor is onder andere gelegen in het feit dat het besluit afkomstig is van de algemene ledenvergadering, het hoogste orgaan van de vereniging. Het past de rechter niet om een dergelijk democratisch genomen besluit te wegen op een goudschaaltje. Daarbij komt dat de toets gelegen is in de vraag of het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Dat is een hoge drempel. Het gaat er niet om of wellicht een beter besluit denkbaar is, maar of sprake is van een onredelijk of onbillijk besluit.”
r.o. 4.9