Rechtbank Limburg · 9 juni 2026
Kort geding: schorsing opzegging verenigingslidmaatschap na overschrijding beroepstermijn interne Commissie van Beroep
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een lid van een golfvereniging vorderde in kort geding vernietiging van het bestuursbesluit waarmee zijn lidmaatschap was opgezegd. Hij stelde dat het beroep bij de interne Commissie van Beroep veel te lang duurde en beriep zich op de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW. De voorzieningenrechter wees vernietiging af wegens het declaratoire karakter, maar schorste het besluit bij wijze van ordemaatregel totdat op het beroep is beslist.
Kernoverwegingen
“De primair door [eiser] gevorderde vernietiging van het besluit van het bestuur van [gedaagde] van 21 november 2025 tot opzegging van het lidmaatschap van [eiser], kan vanwege haar declaratoire karakter in het kader van een kort geding niet worden toegewezen. De vernietiging van dat besluit is naar zijn aard niet voorlopig.
De overige vorderingen”
r.o. 4.2
“[eiser] stelt een spoedeisend belang te hebben bij zijn vordering, daar inmiddels sinds de opzegging zijn lidmaatschap van 30 november tot 20 december 2025 en vanaf 24 februari 2026 tot een nog onbekende datum zijn lidmaatschap is geschorst, terwijl de Commissie van Beroep binnen zes weken dient te beslissen op het beroepschrift. Bij het uitbrengen van de dagvaarding in dit kort geding was nog onzeker of bij de verkiezing op 18 mei 2026 een nieuw bestuur gekozen zou worden. Er is verder geen reëel uitzicht wanneer een nieuwe Commissie van Beroep wordt benoemd en het kan nog lang duren voor er een beslissing op het beroep van [eiser] komt. Gedurende al die tijd kan [eiser] geen gebruik maken van zijn lidmaatschapsrechten. De wet en de statuten van [gedaagde] bieden geen oplossing voor een situatie als de onderhavige. Op grond van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 2:8 BW kan deze situatie richting [eiser] niet in stand blijven, zo stelt hij. Dit klemt temeer nu in het schorsingsbesluit van 20 december 2025 de Commissie van Beroep woordelijk heeft opgenomen dat [eiser] van de overschrijding van de beroepstermijn geen nadeel mag ondervinden, hetgeen nu dus wel aan de orde is.
Standpunt [gedaagde]”
r.o. 4.4
“Als gevolg van het besluit van 21 november 2025 wordt [eiser] de toegang tot de golfclub onthouden terwijl de voorgeschreven termijn waarop beslist had moeten worden op het beroep dat mede daartegen ageert, al zeer geruime tijd is overschreden. Dat maakt dat [eiser] een voldoende spoedeisend belang heeft om zijn vorderingen in kort geding voor te brengen.”
r.o. 4.6