Rechtbank Limburg · 5 augustus 2026
Gestrand hotelproject: aansprakelijkheid (indirect) bestuurders na afgebroken onderhandelingen afgewezen
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een aannemer vorderde schadevergoeding van een projectvennootschap en haar (indirect) bestuurders nadat een hotelproject strandde. De rechtbank oordeelt dat geen aannemingsovereenkomst tot stand kwam en dat de onderhandelingen mochten worden afgebroken. Het verwijt van onrechtmatig handelen aan de bestuurders is onvoldoende onderbouwd, mede gelet op de eigen verantwoordelijkheid van de professionele aannemer. Daarmee ontbreekt ook grond voor bestuurdersaansprakelijkheid en worden alle vorderingen afgewezen.
Kernoverwegingen
“Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisende partij] , gelet op de betwisting van CdB, [bestuurder 1] en [bestuurder 2] , onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een onrechtmatige daad. [eisende partij] verwijt [bestuurder 1] en [bestuurder 2] (als indirect bestuurders van CdB) dat zij haar voor hun karretje hebben gespannen, maar zij heeft als professioneel en ervaren aannemer een eigen keuze en verantwoordelijkheid ten aanzien van de investering (in tijd en het geld) die zij doet in projecten die zij wil verwerven. Tegen deze achtergrond is de stelling dat zij door [bestuurder 1] en [bestuurder 2] zou zijn misleid – welke stelling door [bestuurder 1] en [bestuurder 2] wordt betwist – onvoldoende onderbouwd. Daarnaast heeft [eisende partij] onvoldoende onderbouwd in hoeverre zij hierdoor werkzaamheden heeft verricht die zij anders niet verricht zou hebben. De onrechtmatigheid van het handelen van [bestuurder 1] en [bestuurder 2] is niet vast te stellen. De rechtbank wijst het beroep op onrechtmatige daad daarom bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing af.
In de rechtsrelaties [eisende partij] -CdB, WAAN, WAAW, Capital Estates, [bestuurder 1] en [bestuurder 2]
Toezegging van betaling van € 50.000,--
Standpunt [eisende partij]”
r.o. 4.30
“Tot slot voert [eisende partij] aan dat ook de (indirect) bestuurders van CdB persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade van [eisende partij] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Zij wisten dat CdB geen verhaal zou bieden voor de vorderingen van [eisende partij] , maar desondanks hebben zij [eisende partij] maandenlang aan het lijntje gehouden en hebben deze enorm veel werk laten verrichten aan een project zonder enig concreet vooruitzicht op financiering en uitvoeringsmogelijkheden.
Oordeel”
r.o. 4.34
“Omdat uit hetgeen eerder in dit vonnis is overwogen, volgt dat CdB niet aansprakelijk is voor de door [eisende partij] geclaimde schadevergoeding, kan er ook geen sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid voor de (indirect) bestuurders van CdB.
In de rechtsrelaties [eisende partij] -CdB, WAAN, WAAW, Capital Estates, [bestuurder 1] en [bestuurder 2]”
r.o. 4.35