Rechtbank Midden-Nederland · 29 april 2026
Persoonlijke aansprakelijkheid (voormalig) bestuurders voor niet meewerken aan cao-nalevingsonderzoek SNCU
- Aansprakelijkheid deels toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een stichting die toeziet op naleving van de uitzend-cao vorderde van een uitzendonderneming en haar huidige en voormalig (indirect) bestuurders naleving en een forfaitaire schadevergoeding wegens het niet meewerken aan een nalevingsonderzoek. De kantonrechter wees de vordering toe tegen de onderneming en de huidige bestuurder, die ernstig verwijtbaar niemand machtigde tijdens zijn detentie, maar matigde de vergoeding tot € 5.000. De voormalig bestuurders, onder wie indirect bestuurders (artikel 2:11 BW), waren niet aansprakelijk: een katvangerconstructie of voorzienbare verhaalsonmogelijkheid werd niet bewezen.
Kernoverwegingen
“Wanneer een vennootschap wanprestatie pleegt of onrechtmatig handelt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan, behalve die vennootschap, ook de bestuurder van die vennootschap aansprakelijk zijn voor de schade. Daarbij geldt als maatstaf dat hij voor de schade van de schuldeiser aansprakelijk kan worden gehouden als zijn handelen of nalaten als bestuurder van de betrokken vennootschap ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt kan in de eerste plaats sprake zijn als de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan terwijl hij wist, althans behoorde te weten, dat de vennootschap de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet zou kunnen nakomen en evenmin verhaal zou bieden. Van ernstige persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder kan ook sprake zijn als de bestuurder willens en wetens heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt met schade voor de schuldeiser als voorzienbaar gevolg. Die laatste situatie doet zich hier voor.”
r.o. 4.6
“Volgens [procesdeelnemer 6] was er sprake van een overmachtsituatie, omdat hij van 22 februari 2024 tot 4 februari 2025 gedetineerd was in Duitsland. Dit verweer treft geen doel. In die situatie had van [procesdeelnemer 6] namelijk mogen worden verwacht dat hij een derde zou machtigen om tijdens zijn afwezigheid aan de verplichtingen van de onderneming te voldoen. Hoewel hij wist van het door SNCU gestarte onderzoek heeft hij dit nagelaten. Hij heeft dus bewerkstelligd of toegelaten dat [procesdeelneemster 2] haar verplichtingen uit de cao’s niet is nagekomen. Dat [procesdeelnemer 6] op geen enkel moment gedurende zijn detentie in de gelegenheid is geweest iemand te machtigen, acht de kantonrechter niet aannemelijk.”
r.o. 4.8
“Bij de bespreking van de aansprakelijkheid van [procesdeelnemer 6] is al overwogen dat onder bijzondere omstandigheden een bestuurder aansprakelijk kan zijn voor schade. Dat geldt ook voor voormalig bestuurders voor zover die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid bestuurder waren. Artikel 2:11 BW bepaalt bovendien dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon ook rust op de bestuurder van de rechtspersoon-bestuurder.”
r.o. 4.12