Rechtbank Midden-Nederland · 3 juni 2026
Bestuurdersaansprakelijkheid na turbo-liquidatie: loonvordering werknemer tegen bestuurder afgewezen
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een werknemer wiens loonvordering op zijn werkgever was toegewezen, sprak de bestuurder persoonlijk aan nadat de vennootschap via turbo-liquidatie was opgeheven. De kantonrechter wijst de vordering af. Er is geen Beklamel-aansprakelijkheid en geen betalingsonwil aangetoond, en de turbo-liquidatie is op zichzelf geen onrechtmatige daad nu de werknemer niet onderbouwt dat er nog baten waren.
Kernoverwegingen
“Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden kan, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Daarbij geldt een hoge drempel: bestuurders zijn niet aansprakelijk voor iedere gemaakte fout of vergissing. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.”
r.o. 4.2
“In de rechtspraak is dit nader uitgewerkt. Een bestuurder kan aansprakelijk zijn wanneer: I. hij namens de vennootschap een verplichting is aangegaan, terwijl hij bij het aangaan wist of behoorde te weten dat de vennootschap niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade van onbetaald gebleven schuldeiser (de zogeheten Beklamel-norm); II. hij een handelswijze van de vennootschap heeft bewerkstelligd of toegelaten, waarvan hij wist of behoorde te begrijpen dat dit tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen niet na zou komen en ook geen verhaal zou bieden voor de schade. Dit niet-nakomen dient dan het gevolg te zijn van betalingsonwil, niet van betalingsonmacht. III. hem op andere wijze een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden van de schade van de schuldeiser van de vennootschap.”
r.o. 4.3
“Van bestuurdersaansprakelijkheid op de grond van de Beklamelnorm is geen sprake. De kantonrechter is van oordeel dat uit de feiten en de in het geding gebrachte stukken niet blijkt dat [gedaagde] als bestuurder van [onderneming] ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst met [eiser] wist dat deze vennootschap niet in staat was om haar verplichtingen jegens [eiser] na te komen. Noch behoorde hij dat te weten. Redengevend daarvoor is dat [eiser] op 14 april 2022 in dienst is getreden bij [onderneming] en [onderneming] het loon van [eiser] doorgaans heeft betaald. [eiser] heeft op 31 maart 2024 zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. De vordering van [eiser] op [onderneming] ziet op de afwikkeling van het einde van de arbeidsovereenkomst, namelijk het loon over de maand maart 2024 (plus een werkdag in april) alsmede een geschil over de vraag of het juiste CAO loon, volgens [eiser] de CAO Beroepsgoederenvervoer, is uitbetaald. Aldus kan niet worden aangenomen dat [gedaagde] wist dat [onderneming] ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst haar verplichtingen bij het einde van de arbeidsovereenkomst niet zou nakomen. Geen betalingsonwil en niet ten onrechte overgegaan tot turbo-liquidatie”
r.o. 4.5