Rechtbank Midden-Nederland · 17 juni 2026
VvE: geen besluit bij ontbrekende eenstemmigheid; vervangende machtiging achteraf
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Twee eigenaars van een appartementsrecht in een tweeledige VvE vragen de nietigheid of vernietiging van afwijzende vergaderbesluiten en een vervangende machtiging achteraf voor herstelwerkzaamheden. De kantonrechter oordeelt dat bij ontbrekende eenstemmigheid, die het splitsingsreglement vereist, geen besluit is genomen, zodat artikel 2:14 en 2:15 BW niet tot nietigheid of vernietiging leiden. De machtiging achteraf wordt wel verleend, omdat de VvE de kosten van noodzakelijk herstel van gemeenschappelijke delen moet dragen.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 2:14 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig behalve wanneer uit de wet iets anders voortvloeit. Artikel 5:129 lid 1 BW bepaalt dat voor de toepassing van artikel 2:14 BW de akte van splitsing wordt gelijkgesteld met de statuten. Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW in samenhang met artikel 5:130 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. Dit is een marginale toets. Het gaat erom of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Of een besluit nietig of vernietigbaar is hangt af van het antwoord op de vraag waarmee het besluit in strijd is. Als het besluit in strijd is met de wet, het splitsingsreglement, de openbare orde of de goede zeden is het besluit nietig. Besluiten in strijd met het huishoudelijk reglement of de redelijkheid en billijkheid zijn vernietigbaar.”
r.o. 4.3
“Op grond van artikel 37 van het splitsingsreglement worden besluiten in een vergadering van de vereniging van eigenaars slechts met algemene stemmen in een vergadering genomen. Uit lid 4 van artikel 37 volgt dat bij gebrek aan eenstemmigheid geen besluit wordt genomen. Artikel 37 lid 4 biedt aan de meest gerede partij wel de bevoegdheid te verlangen dat het betreffende punt wordt onderworpen aan een bindend advies uit te brengen door een commissie van arbitrage. Daarvan heeft [verzoeker sub 1] c.s. geen gebruik gemaakt. Anderzijds is het onjuist, zoals door [belanghebbende] betoogd, dat de weg van arbitrage zou moeten worden gevolgd en de kantonrechter aldus niet bevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen. De in artikel 37 lid 4 benoemde arbitrage houdt slechts een bevoegdheid in om daar voor te kiezen maar geen verplichting.”
r.o. 4.6
“De conclusie is dat op de vergadering van 21 oktober 2026 geen besluit is genomen, zodat van nietigheid of vernietigbaarheid ook geen sprake kan zijn. Het verzoek van [verzoeker sub 1] c.s. tot nietig verklaring dan vernietiging van voormelde besluiten zal dan ook worden afgewezen. Vervangende machtiging”
r.o. 4.7