Rechtbank Midden-Nederland · 22 juli 2026
Exoneratiebeding ongediertebestrijding; geen beroep op artikel 6:233 BW wegens gepubliceerde jaarrekening
- Jaarrekening
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een supermarkt vorderde schadevergoeding van een ongediertebestrijder nadat de winkel wegens een muizenplaag op last van de toezichthouder moest sluiten. De rechtbank wijst de vordering af, omdat de aansprakelijkheid rechtsgeldig is uitgesloten in de algemene voorwaarden en geen sprake is van grove schuld. Boek 2 speelt alleen een rol doordat de supermarkt, als rechtspersoon die haar jaarrekening openbaar maakte (artikel 2:360 BW via artikel 6:235 BW), geen beroep kan doen op vernietiging van het beding.
Kernoverwegingen
“Volgens Rentokil kan [eiser] geen beroep doen op 6:233 BW omdat zij een onderneming is die haar jaarcijfers publiceert. Daarbij heeft Rentokil verwezen naar artikel 6:235 lid 1 aanhef en onder a BW waarin is bepaald dat een rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 2:360 BW, die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst laatstelijk zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt, geen beroep kan doen op de vernietigingsgrond van artikel 6:233 BW.”
r.o. 4.8
“Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] bevestigd dat zij jaarlijks haar jaarrekening publiceert en dus ook haar jaarrekening had gepubliceerd toen zij in 2008 de overeenkomst met Rentokil sloot. Dat [eiser] hiertoe niet wettelijk verplicht was, zoals zij heeft gesteld, is niet bepalend voor de toepassing van onderdeel a. Bepalend is slechts of daadwerkelijk een jaarrekening is openbaar gemaakt. Dit om bewijsproblemen te voorkomen. Het tegendeel blijkt ook niet uit het arrest van 3 december 2002 van het Gerechtshof Arnhem waar [eiser] ter zitting naar heeft verwezen.”
r.o. 4.9
“Uit dit arrest blijkt wel dat bedrijven die (slechts) een onderdeel van hun jaarrekening hebben gepubliceerd, niet onder de reikwijdte van artikel 6:235 lid 1 onder a BW vallen. Nu [eiser] niet heeft weersproken dat zij haar volledige jaarrekening heeft gepubliceerd toen zij de overeenkomst met Rentokil sloot, valt zij onder artikel 6:235 lid 1 onder a BW. Dit betekent dat [eiser] geen beroep kan doen op artikel 6:233 BW en het exoneratiebeding dus niet op deze grond vernietigbaar is. De vraag of het exoneratiebeding onredelijk bezwarend is, is daarom niet meer aan de orde.
(ii) Er is geen sprake van grove schuld”
r.o. 4.10