Rechtbank Midden-Nederland · 5 augustus 2026
Hoofdelijke aansprakelijkheid voormalig vennoten opgeheven vof voor onbetaalde facturen
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een leverancier verhaalt onbetaalde facturen van een opgeheven vennootschap onder firma op de twee voormalig beherend vennoten, die ieder alleen hun eigen aandeel in de schuld willen betalen. De kantonrechter oordeelt dat vennoten van een vennootschap onder firma hoofdelijk verbonden zijn voor de verbintenissen van de vennootschap (artikel 18 Wetboek van Koophandel). De leverancier kan daarom het gehele bedrag op ieder van hen verhalen; onderling regres is hun eigen zaak. De vordering wordt toegewezen.
Kernoverweging
“[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben apart van elkaar beiden laten weten hun verantwoordelijkheid te willen nemen door de vordering van [eiseres] te betalen. Zij willen dat beiden alleen doen voor het gedeelte van de schuld dat hen in hun onderlinge verhouding aangaat. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet meer willen betalen dan hun aandeel in de schuld, maar de wet bepaalt dat (voormalig) vennoten van een vennootschap onder firma hoofdelijk verbonden zijn voor de verbintenissen die de vennootschap is aangegaan. Dat betekent dat zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] volledig verantwoordelijk is voor het nakomen van een verplichting, zodat [eiseres] het volledige bedrag bij één van hen kan opeisen. Als de één meer betaalt dan het gedeelte van de schuld dat hem in hun onderlinge verhouding aangaat, dan kan diegene dat bedrag wat hij meer heeft betaald, verhalen op de ander. Maar dat moeten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dan onderling uitzoeken. De kantonrechter begrijpt dat dit lastig is gezien de verstoorde verstandhouding tussen partijen, maar dat kan niet ten nadele van [eiseres] werken. Dat betekent dat [eiseres] de vordering van € 923,98 volledig op zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] kan verhalen. De vordering zal dan ook worden toegewezen.”
r.o. 3.2