Rechtbank Midden-Nederland · 19 augustus 2026
Hoofdelijke aansprakelijkheid vennoot na ontbinding vof voor energieschuld
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een energieleverancier vordert betaling van onbetaalde nota's van een voormalig vennoot van een ontbonden vof. De kantonrechter oordeelt dat een vennoot ook na ontbinding hoofdelijk aansprakelijk blijft voor verplichtingen uit overeenkomsten die de vof sloot toen hij nog vennoot was. Hij had de leverancier over de ontbinding moeten informeren. De beslissing wordt aangehouden voor overlegging van de eindafrekening.
Kernoverwegingen
“Op het moment dat de overeenkomst werd aangegaan bestond de vof nog en was [opposant] een van de vennoten. Vennoten van een vof zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van die vennootschap. Dat betekent dat de schuldeiser van elke vennoot betaling van het hele bedrag kan vragen. Dat de facturen van Eneco gaan over een periode van na de ontbinding van de vof is niet relevant, omdat de facturen voortkomen uit de overeenkomst die door de vof is gesloten op het moment dat [opposant] nog vennoot was.
[opposant] had Eneco moeten informeren”
r.o. 5.3
“Dat Eneco had kunnen weten dat de vof is ontbonden en [opposant] geen vennoot meer was, is niet relevant. [opposant] heeft Eneco immers niet geïnformeerd over de ontbinding van de vof en de voortzetting van de onderneming door [A] . Het kan niet van Eneco verwacht worden dat zij regelmatig het handelsregister raadpleegt om te bezien of er een wijziging is opgetreden. Eneco kon zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst verhalen op de vermogens van twee vennoten (en de vof) en mocht er zonder andersluidend bericht van uit gaan dat dat nog steeds zo was. [opposant] wist op het moment dat de vof werd ontbonden dat de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichting bestond. Het was dus aan [opposant] geweest om Eneco daarover te informeren en aan Eneco te vragen om hem te ontslaan uit zijn hoofdelijke verplichting, maar hij heeft dat niet gedaan. [opposant] vindt dat Eneco hem had moeten waarschuwen dat hij als vennoot ook na ontbinding van de vof aansprakelijk zou blijven, maar de kantonrechter volgt [opposant] hierin niet. Het is niet aan Eneco om ondernemers te wijzen op de risico’s van de rechtsvorm waarin zij de onderneming drijven.
Als [opposant] te veel betaald moet hij dit op [A] verhalen”
r.o. 5.4
“[opposant] vindt het niet redelijk dat hij kosten moet dragen voor een onderneming nadat hij geen invloed meer heeft op de exploitatie daarvan. Dat is invoelbaar, maar kan niet als argument tegen Eneco worden gebruikt. Als hij meent dat niet hij maar [A] deze kosten moet dragen, moet hij die verhalen op [A] .
Eneco moet de eindafrekening nog overleggen”
r.o. 5.5