Rechtbank Midden-Nederland · 9 september 2026
VvE: verworpen voorstel is geen vernietigbaar besluit (artikel 2:15 en 5:130 BW)
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Twee appartementseigenaren vragen de kantonrechter te verklaren dat een voorstel in de ledenvergadering van de VvE rechtsgeldig is aangenomen, althans de vaststelling van de verwerping te vernietigen. De kantonrechter wijst dit af: alleen besluiten met rechtsgevolgen zijn vernietigbaar op grond van artikel 2:15 en 5:130 BW, en een verworpen voorstel is een negatief besluit zonder rechtsgevolgen. Ten overvloede oordeelt de kantonrechter dat de uitleg van een volmacht ('wij stemmen mee met de meerderheid') door de beheerder niet kan worden gevolgd.
Kernoverwegingen
“[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben hun verzoek alleen gebaseerd op artikel 5:130 BW. Op grond hiervan kan de kantonrechter alleen besluiten vernietigen. Bovendien moet in dat geval sprake zijn van een vernietigbaar besluit: alleen besluiten met rechtsgevolgen voor de VvE zijn vernietigbare besluiten in de zin van de artikelen 2:15 en 5:130 BW. Partijen hebben echter verschillende standpunten over wat precies is besloten. Op basis van de (niet vastgestelde) notulen kan niet worden vastgesteld over welk voorstel is gestemd en of dit ‘besluit’ al rechtsgevolgen heeft, laat staan wat die dan precies inhouden.”
r.o. 4.2
“Ook op basis van de overige stukken en het verhandelde op de zitting kan onvoldoende worden vastgesteld of het genomen besluit al rechtsgevolgen heeft. Hierbij is ook van belang dat het besluit niet als zodanig was geagendeerd en dat geen besluitenlijst is opgenomen. Dit komt de duidelijkheid niet ten goede. Verder wist [maatschappij] niet dat dit besluit zou worden genomen en heeft [A] op de zitting ook verklaard dat [maatschappij] tegen het voorstel van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] is om een groen MJOP te laten opstellen. De financiële gevolgen zijn bovendien niet duidelijk: er zijn nog geen offertes opgevraagd en die moeten ook nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de ALV.”
r.o. 4.3
“Gelet op het voorgaande, de feitelijke gang van zaken en de onduidelijkheid over het besluit of het al dan niet terecht verworpen voorstel, is het verzoek niet toewijsbaar.
Ten overvloede”
r.o. 4.4