Rechtbank Midden-Nederland · 17 februari 2026
Geen vernietigbaar besluit VvE bij inventarisatie ledenvergadering; vervangende machtiging gewijzigd gebruik afgewezen
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Eigenaren van de enige kantoorruimte in een appartementencomplex willen deze als woning gebruiken en vragen de kantonrechter het besluit van de vergadering van eigenaars te vernietigen op grond van artikel 5:130 juncto 2:15 BW, dan wel een vervangende machtiging te verlenen. De kantonrechter oordeelt dat een inventarisatie van de wil van de leden om te stemmen geen op rechtsgevolg gericht besluit is, zodat er niets te vernietigen valt. Een vervangende machtiging wordt ook geweigerd, omdat het gebruik niet tijdelijk, persoonlijk en eenvoudig herstelbaar is en dus een wijziging van de splitsingsakte vereist.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 5:130 lid 1 juncto artikel 2:15 lid 1 BW kan de kantonrechter een besluit vernietigen. De artikelen 14-16 van Boek 2 BW zijn geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil.”
r.o. 4.3
“De kantonrechter oordeelt dat het door [verzoekster sub 1] genoemde besluit tot weigering voor het gebruik als woonruimte er niet is. De (algemene ledenvergadering van de) VVE heeft op 24 juli 2025 slechts geïnventariseerd of de leden de behoefte hadden om over het voorstel van [verzoekster sub 1] c.s. te stemmen. De meerderheid van de leden had deze behoefte niet. Deze inventarisatie is geen besluit want het is niet op rechtsgevolg gericht. De inventarisatie heeft immers geen verandering in de rechtstoestand bewerkstelligd. Deze beslissing kan daarom niet als door de VVE genomen besluit worden vernietigd. Het verzoek dat wel te doen is, zal dan ook worden afgewezen.”
r.o. 4.4
“Hoewel er dus formeel geen besluit is genomen over de het gewijzigde gebruik leidt de feitelijke gang van zaken tijdens die vergadering voor de kantonrechter echter wel tot de conclusie dat de VVE op dat moment haar toestemming voor het gewijzigde gebruik heeft geweigerd in de zin van artikel 5:121 lid 1 BW. [verzoekster sub 1] c.s. is dan ook gerechtigd om vervangende machtiging te verzoeken.”
r.o. 4.5