Rechtbank Noord-Holland · 25 augustus 2026
VvE-beslissing zonder rechtsgevolg is geen vernietigbaar besluit; vervangende machtiging afgewezen
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Appartementseigenaren verzochten vernietiging van een beslissing van de ALV van een VvE om kozijn en glas niet ten laste van het reservefonds te vervangen, en een vervangende machtiging. De kantonrechter oordeelt dat de beslissing geen rechtsgevolg heeft en daarom geen vernietigbaar besluit is in de zin van artikel 5:130 jo. 2:15 BW. De machtiging wordt afgewezen, omdat de VvE in redelijkheid en billijkheid kon weigeren en een bouwkundig gebrek niet aannemelijk is gemaakt.
Kernoverwegingen
“In artikel 5:130 lid 1 BW staat dat de kantonrechter een besluit van de VvE kan vernietigen. De vraag of van vernietigbaarheid sprake is moet beantwoord worden op basis van de in artikel 2:15 BW genoemde criteria. Uit artikel 5:124 BW blijkt immers dat dat artikel ook van toepassing is op besluiten van verenigingen van eigenaren. De artikelen 14-16 van Boek 2 BW zijn geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil (artikel 3:33 BW).”
r.o. 4.4
“De hiervoor genoemde beslissing van de VvE is naar het oordeel van de kantonrechter niet gericht op rechtsgevolg, althans heeft geen rechtsgevolg. Deze leidt immers niet tot een verandering van de bestaande situatie. De werkzaamheden zullen (nog steeds) niet op kosten van de VvE worden uitgevoerd. De beslissing kan daarom niet als een door de VvE genomen besluit worden vernietigd. De kantonrechter zal het verzoek tot vernietiging afwijzen.
(ii) vervangende machtiging”
r.o. 4.5
“Het toetsingskader van artikel 5:121 BW is in wezen hetzelfde als dat van artikel 5:130 BW. In beide gevallen wordt de verhouding tussen mede-eigenaars in essentie beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Uit de (toelichting op) artikel 5:130 BW volgt dat de toetsingsmaatstaf met betrekking tot de inhoud van - in dit geval - de beslissing van de ALV van 10 april 2025 is of de VvE bij afweging van alle bij die beslissing betrokken belangen, in redelijkheid en billijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen.”
r.o. 4.10