Rechtbank Noord-Holland · 14 oktober 2026
Rechterlijke statutenwijziging stichting ondanks niet-wijzigingsbeding in statuten
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Het bestuur van een stichting met een gereformeerde doelstelling vraagt de rechtbank de statuten te wijzigen op grond van artikel 2:294 BW. De statuten verbieden het bestuur zelf bepalingen over onder andere het doel en de bestuurssamenstelling te wijzigen, terwijl het kerkverband waaraan die bepalingen verwijzen niet meer bestaat. De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat de beschikking na het in kracht van gewijsde gaan wordt ingeschreven in het register.
Kernoverwegingen
“Het verzoek strekt tot wijziging van de statuten van de stichting op grond van artikel 2:294 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De stichting heeft bij het verzoekschrift het ontwerp van de tekst van de gewenste wijziging van de statuten gevoegd. De stichting heeft gesteld dat ongewijzigd handhaven van de statuten leidt tot gevolgen die bij de oprichting van de stichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild. De stichting heeft toegelicht dat de statutaire uitdrukking van verbondenheid met het kerkverband van de (voormalige) Gereformeerde kerken in Nederland (vrijgemaakt) niet meer opportuun is, omdat het kerkverband formeel per 1 mei 2023 is opgehouden te bestaan. Verder heeft de stichting aangevoerd dat de verbondenheid met het kerkverband ook inhoudelijk al langere tijd onder druk stond, omdat er een toename was van omstreden kerkelijke standpunten en een pluraliteit aan opvattingen die zich niet alle verdragen met Gods Woord en de belijdenis en daarnaast dat het bestuur onderkent dat de nagestreefde gereformeerde identiteit heden ten dage elders wordt aangetroffen bij diegenen die, terwijl zij lid zijn van een andere gereformeerde kerkgemeenschap, in woord en geschrift kenbaar maken voluit te willen (blijven) staan op de grondslag van Bijbel en gereformeerde belijdenis. Ook stelt de stichting dat het om de gereformeerde identiteit van (het bestuur van) de stichting te handhaven noodzakelijk is om statutair de mogelijkheid te scheppen van toetreding van […]”
r.o. 3.1
“In artikel 2:294 lid 1 BW is bepaald dat een verzoek tot statutenwijziging kan worden ingediend op verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar ministerie. Uit het overgelegde bestuursbesluit blijkt dat het bestuur de statuten van de stichting wil wijzigen.”
r.o. 3.2
“Gelet op de toelichting gegeven in het verzoekschrift acht de rechtbank het verzoek toewijsbaar. De rechtbank ziet geen aanleiding de statuten op een andere wijze te wijzigen dan is verzocht.”
r.o. 3.3