← Week 11

Rechtbank Noord-Holland · 6 februari 2026

Maatschap: voortzetting praktijk voor gezamenlijke rekening na opzegging, uitleg artikel 13

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

In kort geding gaat het over een tandartsenmaatschap die door een van de maten is opgezegd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de praktijk na opzegging voor gezamenlijke rekening moet worden voortgezet totdat de maten overeenstemming hebben of de bodemrechter beslist. Eenzijdige voortzetting met uitsluiting van de andere maat is in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De vordering tot herstel van de gezamenlijke praktijkvoering wordt grotendeels toegewezen.

Kernoverwegingen

“De voorzieningenrechter houdt het er in deze procedure voor dat de maatschap door [gedaagde] is opgezegd per 1 januari 2026. [gedaagde] heeft met de brief van juni 2024 opgezegd en heeft in deze procedure onweersproken gesteld dat partijen hebben afgesproken de opzegging per 1 januari 2026 te laten gelden. Dit standpunt wordt ook gesteund door de gevoerde correspondentie eind 2025 gericht op beëindiging en afwikkeling van de maatschap. Daaruit vloeit voort dat sprake is van een ontbonden gemeenschap, die dient te worden vereffend en verdeeld. Ook in deze fase van hun samenwerking staan de partijen tot elkaar in een door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding (zie art 3:166 lid 3 BW).

Uitleg van de overeenkomst”

r.o. 4.2

“Met inachtneming van bovenstaand toetsingskader, en de bepaling bezien in de context van andere bepalingen in de maatschapsovereenkomst, volgt de voorzieningenrechter de door [eiser] voorgestane uitleg. In de maatschapsovereenkomst staat voorafgaand aan de artikelen dat partijen hun werkzaamheden voor en namens de maatschap verrichten. In artikel 2 staat dat de maatschap ten doel heeft het voor gezamenlijke rekening en risico uitoefenen van de praktijk. In deze bepalingen slaat de term ‘de praktijk’ terug op de tandartsenpraktijk ‘[naam]’, welke gelet op de feitelijke praktijkvoering breder is dan enkel de werkzaamheden van iedere maat an sich. Zo presenteert de maatschap zich onder de praktijknaam ‘[naam]’, is er 15 à 20 man personeel in dienst bestaande uit (onder andere) meerdere tandartsen, mondhygiënisten en een implantoloog en wordt een pand gehuurd. [eiser] en [gedaagde] zijn beroepsbeoefenaren, maar dat kan gelet op bovenstaande bedrijfsvoering niet meebrengen dat daarom eigenlijk sprake is van twee aparte praktijken die ieder voor zich zonder enige ontvlechting kan voortzetten. De maatschap in haar huidige vorm, bestaande uit een goedlopende tandartspraktijk met personeel, gaat verder dan de enkele inbreng van iedere maat. [gedaagde] benoemt dat tussen partijen nooit is gesproken over goodwill, maar in artikel 4 lid 2 van de maatschapsovereenkomst staat dat beide partijen ieder voor 50% gerechtigd zijn, niet alleen in de rechten, activa en passiva, maar ook in de […]”

r.o. 4.7

“Artikel 13 moet naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter aldus worden uitgelegd dat ieder van partijen jegens de ander aanspraak kan maken op voortzetting van de praktijk, met dien verstande dat daar tussen partijen overeenstemming over moet zijn of in een bodemprocedure moet worden beslist over de geschilpunten in dat kader. Bij deze uitleg staat de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg dat één van de maten met feitelijke uitsluiting van de andere maat de praktijk voortzet. Die situatie doet zich hier voor en [gedaagde] betwist dat ook niet. Hij heeft eenzijdig contact opgenomen met Infomedics, de verhuurder, het personeel en [bedrijf] en geld van de maatschapsrekening naar zichzelf overgemaakt als zijnde eigen omzet.”

r.o. 4.9

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1750
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 februari 2026
Datum publicatie
9 maart 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Wetsartikelen
3:166 BW
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 11 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.