← Week 11

Rechtbank Noord-Holland · 11 maart 2026

Corporate opportunity en artikel 2:9 BW: titulair directeur in dienstbetrekking is geen bestuurder

  • Aansprakelijkheid deels toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een vennootschap vordert schade en contractuele boetes van een titulair directeur in dienstbetrekking die een mondkapjesorder van de Staat via zijn eigen vennootschap liet lopen. De kantonrechter oordeelt dat de directeur niet als goed werknemer heeft gehandeld en dat zijn vennootschap onrechtmatig heeft geprofiteerd; de schade wordt verwezen naar de schadestaat. Het verwijt dat een corporate opportunity is ontnomen, is een uitwerking van artikel 2:9 BW en faalt omdat de directeur geen statutair bestuurder was.

Kernoverwegingen

“[gedaagde 1] moet zich tegenover zijn werkgever TMDI als een goed werknemer gedragen. Dat betekent dat hij zijn taken als directeur met volledige volmacht consciëntieus en loyaal moet uitvoeren. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 1] dit niet heeft gedaan, omdat hij TMDI concurrentie heeft aangedaan. Hij heeft de mondkapjesorder van de Staat opzettelijk via zijn eigen bedrijf O2H laten lopen in plaats van via TMDI, de belangen van TMDI bij die order niet laten prevaleren en bij de uitvoering van de order gebruik gemaakt van de klantrelaties, de bedrijfsinfrastructuur en het personeel van TMDI. De kantonrechter legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.”

r.o. 5.42

“TMDI c.s. stellen dat [gedaagde 1] heimelijk en te kwader trouw heeft gehandeld, dat hij zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij TMI/TMDI een enorme kans ontnam en dat hij zijn eigen onderneming bewust heeft bevoordeeld ten koste van zijn werkgever en volmachtgever. De kantonrechter is het met hen eens. [gedaagde 1] heeft de mondkapjesorder verzwegen, gebruik gemaakt van de klantrelaties, de bedrijfsinfrastructuur en het personeel van TMDI en alleen in het (tegenstrijdig) belang van zijn eigen onderneming O2H gehandeld, terwijl hij de belangen van TMDI had moeten laten prevaleren boven dat belang. Kenmerkend hierbij zijn de door TMDI c.s. genoemde e-mails van [gedaagde 1] van 24 en 26 maart 2020. Deze heeft [gedaagde 1] een paar dagen na de eerste order van de Staat voor mondkapjes ter waarde van ruim 2,6 miljoen euro aan [bestuurder Parinvest] gestuurd. In de e-mail van 24 maart 2020 schrijft [gedaagde 1] : “Er staat nog een 9K loonheffingen van afgelopen maand die nu betaald moet worden evenals salarissen en wat losse dingen.” En op 26 maart 2020 schrijft [gedaagde 1] : “We hebben voor deze maand nog wel jouw financiële hulp voor de salarissen nodig omdat ik nog niet de betaling van enkele debiteuren heb ontvangen waar we achteraan zitten.” Hieruit blijkt dat [gedaagde 1] de miljoenenorder opzettelijk verzwijgt; hij vraagt Parinvest juist om extra financiering voor TMDI.”

r.o. 5.49

“TMDI c.s. verwijten [gedaagde 1] (ook) dat hij - persoonlijk, als aandeelhouder of via O2H - TMDI een corporate opportunity heeft ontnomen door de mondkapjes te verkopen. Volgens TMDI c.s. kan [gedaagde 1] als bestuurder, directeur-aandeelhouder en beleidsbepaler een ernstig en persoonlijk verwijt worden gemaakt in relatie tot zijn volmachtgever en heeft hij daarom onrechtmatig gehandeld. De kantonrechter volgt TMDI c.s. niet in dit standpunt.”

r.o. 5.52

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2288
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
11 maart 2026
Datum publicatie
11 maart 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
2:9 BW, 7:611 BW, 7:650 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid, Overig Boek 2
Aangesproken
beide
Uitkomst aansprakelijkheid
deels toegewezen
Weekoverzicht
Week 11 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.