Rechtbank Noord-Holland · 4 maart 2026
Hoofdelijke gebondenheid vof-vennoten aan factoringsovereenkomst, gesloten door één vennoot
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
Een factoringmaatschappij vordert van een vof en haar twee vennoten betaling van gekochte vorderingen. De vennoten voeren aan dat zij geen contract met de factoringmaatschappij hebben, omdat één vennoot de overeenkomst heeft gesloten. De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst namens de vof is gesloten en dat de vof en haar vennoten daarom in principe hoofdelijk gebonden zijn, met verwijzing naar artikel 18 WvK. De hoofdsom wordt toegewezen; de boete en dubbele buitengerechtelijke kosten niet.
Kernoverweging
“[gedaagde sub 2] heeft een factoringsovereenkomst met Freelance gesloten. In de overeenkomst is vermeld dat [gedaagde sub 2] de overeenkomst heeft gesloten namens [de VOF] (een vennootschap onder firma). Daarom zijn gedaagden in principe hoofdelijk aansprakelijk voor verplichtingen uit de factoringsovereenkomst. Dat gedaagden niets met Freelance te maken hebben, is dus niet juist.
Gedaagden moeten de betaling van factuur 83336 doorbetalen aan Freelance (€ 1.787,24)”
r.o. 4.2