← Week 25

Rechtbank Noord-Holland · 4 juni 2026

Kort geding: vernietigbaar ontslagbesluit statutair directeur bij schending hoorplicht, arbeidsrechtelijke vergoedingen afgewezen

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een voormalig statutair directeur vordert in kort geding arbeidsrechtelijke vergoedingen na een aandeelhoudersbesluit tot onmiddellijk ontslag, genomen zonder hem te horen. De voorzieningenrechter acht het ontslagbesluit voorlopig vernietigbaar wegens schending van artikel 2:238 lid 2 BW, via artikel 2:15 BW. Zij wijst de vorderingen toch af, omdat de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet in een bodemprocedure bij de kantonrechter moet worden beoordeeld en niet op de uitkomst daarvan vooruit mag worden gelopen.

Kernoverwegingen

“[eiser] stelt primair dat het ontslagbesluit op grond van artikel 2:15 BW vernietigbaar is. Op grond van artikel 2:238 lid 2 BW had VandN [eiser] voorafgaand aan het besluit tot ontslag in de gelegenheid moeten stellen om zijn standpunt kenbaar te maken. Dat is niet gebeurd. [eiser] is niet opgeroepen, niet geïnformeerd over het voorgenomen ontslagbesluit en niet in de gelegenheid gesteld te reageren. VandN heeft deze gang van zaken niet weersproken.”

r.o. 4.4

“De voorzieningenrechter kan het standpunt van [eiser] terzake de vernietigbaarheid van het vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit volgen. Schending van procedurele vereisten kan tot vernietigbaarheid van een ontslagbesluit leiden. Dit heeft tot gevolg dat de bestuurder formeel niet rechtsgeldig ontslagen is en de arbeidsovereenkomst voortduurt. [eiser] vordert in (het petitum van de dagvaarding in) de onderhavige kort geding procedure echter geen loon. [eiser] heeft dit desgevraagd ter zitting bevestigd. [eiser] stelt dat hij in een bodemprocedure de vernietiging van het ontslagbesluit zal vorderen en dat het loon daar aan de orde zal komen.

Arbeidsrechtelijk ontslag”

r.o. 4.5

“De voorzieningenrechter overweegt het volgende. [eiser] vordert de arbeidsrechtelijke vergoedingen voor het geval in de door hem aan te spannen bodemprocedure komt vast te staan dat het vennootschapsrechtelijk ontslag rechtsgeldig is. In het arbeidsrecht is de beoordeling van (de rechtsgeldigheid van) een ontslag op staande voet in een bodemprocedure voorbehouden aan de kantonrechter. Deze procedure dient op grond van artikel 7:686a BW bij verzoekschrift te worden ingeleid binnen de vervaltermijn van twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Nadien ingediende vorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard. Weliswaar is de vervaltermijn van de bodemprocedure bij de kantonrechter op de dag van de uitspraak in dit kort geding nog niet verstreken, maar het reikt naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ver om op dit moment op de eventuele uitkomst van die procedure vooruit te lopen. Op grond van artikel 223 Rv kan ook bij de kantonrechter een voorlopige voorziening worden gevraagd voor de duur van het geding. De vorderingen van [eiser] zullen op grond van het voorgaande worden afgewezen.”

r.o. 4.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:6572
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:15 BW, 2:238 BW, 7:677 BW, 7:686a BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 25 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.