Rechtbank Noord-Holland · 23 april 2026
Operational lease; ontbonden vof en aansprakelijkheid van vennoten
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
- Zijdelings
Samenvatting
Een leasebedrijf vordert betaling van achterstallige en toekomstige leasetermijnen van een vennootschap onder firma en haar vennoten. De kantonrechter wijst de vordering toe. Zij overweegt kort dat de ontbinding en vereffening van de vof de lopende procedure en de aansprakelijkheid van de vennoten niet raken, en dat de vordering tegen een niet verschenen vennoot hetzelfde lot deelt als die tegen de vof.
Kernoverwegingen
“Omdat de kantonrechter verstek heeft verleend tegen [gedaagde 3] , geldt als uitgangspunt dat de vorderingen van [eiser] tegen hem worden toegewezen, tenzij de vorderingen de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Omdat [gedaagde 3] wordt aangesproken als vennoot van [gedaagde 1] , namens wie verweer is gevoerd in deze procedure, is de kantonrechter van oordeel dat de vorderingen ten opzichte van [gedaagde 3] hetzelfde lot delen als de vorderingen ten opzichte van [gedaagde 1] Immers, er is geen grondslag om [gedaagde 3] tot méér te veroordelen dan waartoe hij als vennoot van [gedaagde 1] geboden is.
[gedaagde 1] in liquidatie”
r.o. 4.2
“Als door [gedaagde 2] onweersproken gesteld staat vast dat de vennootschap onder firma [gedaagde 1] inmiddels is ontbonden. Voor de onderhavige procedure heeft dat geen gevolgen. Uit artikel 32 lid 1 Wetboek van Koophandel alsmede uit de jurisprudentie vloeit voort dat na de ontbinding van een vennootschap onder firma de bijzondere rechtstoestand van het afgescheiden vermogen blijft voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van de zaken van de vennootschap nodig is, waaronder de afwikkeling van lopende processen. Verder geldt dat het feit dat de vennootschap onder firma thans in liquidatie verkeert, niets af doet aan de aansprakelijkheid van de vennoten van de vennootschap onder firma.
De overeenkomst”
r.o. 4.3